is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1953, no. 1-101, 01-01-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

31bis Toelagen verbonden aan het Ereteken voor Moed Trouw .................. 6 000 32 Toelagen aan Broeders in de Orde van de Nederlandse Leeuw................ 7 000 33 Toelagen aan weduwen van Broeders in de Orde van de Nederlandse Leeuw............ 2 500 AFDELING V. KABINET DER KONINGIN . 152 700 34 Personeelsuitgaven.............. 118 500 35 Algemene uitgaven.............. 33 400 36 Aanschaffingen voor inrichting, uitbreiding en vernieuwing . ................ 800 AFDELING VI. OVERIGE UITGAVEN VAN DE HOGE COLLEGES VAN STAAT EN HET KABINET DER KONINGIN......... 54 960 37 Toelagen aan ambtenaren aan wie buitengewone eisen worden gesteld............. 1 860 38 Uitgaven betreffende de exploitatie van de Grafelijke Zalen................. 22 100 39 Sociale lasten..........ƒ 227 006 waarvan komt ten laste van de diverse artikelen voor personeelsuitgaven ............ 227 006 zodat wordt uitgetrokken.......... Nihil 40 Uitkering op grond van artikel 63 van het Arbeidsovereenkomstenbesluit ............ 12 000 41 Wachtgelden................ Memorie 42 Bijdragen voor inkoop van diensttijd voor pensioen 13 500 43 Uitgaven betreffende afgesloten dienstjaren, als bedoeld in artikel 7, derde lid, der Comptabiliteitswet {Stb. 1927, no. 259)........... 500 44 Onvoorziene uitgaven............ 5 000 TITEL B. BUITENGEWONE DIENST: I UITGAVEN VAN AFLOPEND KARAKTER Nihil II KAPITAALSUITGAVEN........... 85 000 II KAPITAALSUITGAVEN......... 85 000 AFDELINGEN: I STATEN-GENERAAL........... 85 000 VI OVERIGE UITGAVEN VAN DE HOGE COLLEGES VAN STAAT EN HET KABINET DER KONINGIN............. Nihil AFDELING I. STATEN-GENERAAL .... 85 000 Onderafdeling I. EERSTE KAMER..... 85 000 45 Nieuw-, aan- en verbouw door bemiddeling van de Rijksgebouwendienst............. 85 000 Maximum van de verplichtingen, die in 1953 zulten worden aangegaan ƒ 153 000. Aangewezen voor toepassing van artikel 24 der Comptabiliteitswet (Stb. 1927, no. 259). Onderafdeling II. TWEEDE KAMER .... Memorie 46 Nieuw-, aan- en verbouw door bemiddeling van de Rijksgebouwendienst ............ Memorie Aangewezen voor toepassing van artikel 24 der Comptabiliteitswet (Stb. 1927, no. 259).

AFDELING VI. OVERIGE UITGAVEN VAN DE HOGE COLLEGES VAN STAAT EN HET KABINET DER KONINGIN........ Nihil 47 Nieuw-, aan- en verbouw door bemiddeling van de Rijksgebouwendienst.......ƒ 85 000 Waarvan komt ten laste van de diverse artikelen voor nieuw-, aanen verbouw . ......... 85 000 Zodat wordt uitgetrokken.......... Nihil Maximum van de verplichtingen, die in 1953 zullen worden aangegaan ƒ 153 000.

Artikel II

Op de artikelen voor personeelsuitgaven van het bij deze wet vastgestelde hoofdstuk, te weten de artikelen 2, 10, 14, 18, 19, 22, 23, 27 en 34 worden aangewezen uitgaven wegens:

1. bezoldiging van personeel in vaste en in tijdelijke dienst; 2. bezoldiging van personeel op arbeidsovereenkomst; 3. lonen personeel in los dienstverband; 4. salarissen en lonen personeel met onvolledige dagtaak; 5. lopende toelagen; 6. incidentele uitkeringen; 7. aandeel in de sociale lasten.

Artikel III

Op de artikelen voor algemene uitgaven van het bij deze wet vastgestelde hoofdstuk, te weten de artikelen 3, 11, 20, 24, 28 en 35 werden aangewezen uitgaven wegens:

1. huisvestingskosten; 2. bureaukosten; 3. reis-, verblijf- en verplaatsingskosten; 4. overige algemene uitgaven.

Artikel IV

Op artikel 44 van het bij deze wet vastgestelde hoofdstuk worden aangewezen de tot het dienstjaar 1953 behorende uitgaven, welke de Hoge Colleges van Staat en het Kabinet der Koningin betreffen, haar omschrijving niet vinden in een der andere artikelen van dat hoofdstuk en moeten dienen ter voorziening in behoeften, die in de loop van dat dienstjaar onverwacht opkomen.

Deze uitgaven worden voor elke soort afzonderlijk in de rekening gebracht en omschreven.

Artikel V

Wanneer het bedrag, uitgetrokken bij een der artikelen 1, 3, 5, 7, 11, 13, 15, 16, 17, 20, 21, 24, 26, 28, 29, 30, 31, 31 bis, 32, 33, 35, 36, 38, 40, 42 en 43 van het bij deze wet vastgestelde hoofdstuk ontoereikend wordt bevonden kan het overeenkomstig artikel 13 der Comptabiliteitswet (Stb. 1927, no. 259) door overschrijving uit artikel 44 van dat hoofdstuk worden aangevuld.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize S’oestdijk, 4 Februari 1953.

JULIANA.

De Minister van Binnenlandse Zaken,

BEEL.

Uitgegeven de derde Maart 1953.

De Minister van Justitie, L. A. DONKER.

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Bijl. Hand. II 52/53. 2800; Hand. II 52/53, bladz. 2159; Bijl. Hand. I 52/53, 2800; Hand. I 52/53, bladz. 2041.