is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1953, no. 1-101, 01-01-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

72

BESLUIT van 6 Februari 1953, houdende wijziging van het Koninklijk besluit van 17 September 1921, Stb. 1066, tot vaststelling van een regeling, houdende premiebetaling over meer dan één termijn, waarover loon in geld wordt uitbetaald, voor een groep van werkgevers.

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 15 Augustus 1952, No. 4659, afdeling Sociale Verzekering;

Gelet op artikel 408, eerste lid, der Invaliditeitswet;

De Raad van State gehoord (advies van 9 September 1952, No. 31);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken van 30 Januari 1953, No. 5168, afdeling Sociale Verzekering;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel. Het Koninklijk besluit van 17 September 1921, Stb. 1066, tot vaststelling van een regeling, houdende premiebetaling over meer dan één termijn waarover loon in geld wordt uitbetaald, zoals dat besluit sindsdien, laatstelijk bij Koninklijk besluit van 31 October 1938, Stb. 867, is gewijzigd, wordt nader gewijzigd als volgt:

a. Voor de tekst van artikel 1 wordt het cijfer „1.” geplaatst en aan dat artikel wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

„2. Hetzelfde geldt ten aanzien van een groep van werkgevers, die tezamen ten minste 100 verzekeringsplichtige arbeiders in dienst hebben en die de lonen dezer arbeiders doen uitbetalen door een ingevolge de Ziektewet erkend administratiekantoor, voor de arbeiders, in dienst van die werkgevers.”.

b. In het eerste lid van artikel 11 vervalt het woord >,vasten”.

Aan dit lid wordt een nieuwe volzin toegevoegd: „De werkgever, bedoeld in artikel 1, eerste lid, doet daarbij opgave van het aantal arbeiders, dat bij hem gemiddeld per jaar in vaste dienst is.”.

c. Artikel 13, 2°, wordt gelezen als volgt:

»2°. ten aanzien van de werkgever, bedoeld in artikel 1, ee rste lid, indien deze niet langer geregeld ten minste 10 verz fkeringsplichtige arbeiders in vaste dienst heeft en ten aanzien van de groep van werkgevers bedoeld in artikel 1, tweede hu, indien deze niet langer geregeld ten minste 100 verzekenngsplichtige arbeiders in dienst hebben;”.

Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk, 6 Februari 1953.

JULIANA.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken,

A. A. VAN RHIJN.

Uitgegeven de zeven en twintigste Februari 1953.

De Minister van Justitie, L. A. DONKER.

73

BESLUIT van 4 Februari 1953, houdende aanwijzing van formaties in de zin van de artikelen 39 en 41 van de Wet op de Krijgstucht.

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Oorlog van 30 Januari 1953, La B 40;

Overwegende dat het wenselijk is om ten aanzien van het hier na te noemen militaire personeel een regeling te treffen inzake de strafbevoegdheid over dit personeel;

Gelet op de artikelen 39 en 41 van de Wet op de Krijgstucht;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1. Onder de formaties, als bedoeld in artikel 39, eerste lid, sub 3e van de Wet op de Krijgstucht wordt gerekend de Staf van de legerplaats Ossendrecht.

Artikel 2. Onder de formaties, als bedoeld in artikel 41, sub 2e, van de Wet op de Krijgstucht wordt gerekend het Verzorgingsdetachement van de staf van de legerplaats Ossendrecht.

Artikel 3. 1. In Ons besluit van 30 Juni 1951, Stb. 267, wordt in plaats van de woorden „Legerplaats bij Oirschot” en „Legerplaats bij Wittenberg” gelezen „Legerplaats Oirschot” en „Legerplaats De Wittenberg”.

2. In Ons besluit van 16 Juli 1952, Stb. 415, wordt in de plaats van de woorden „legerplaats bij Havelte”, „legerplaats bij Nunspeet”, „legerplaats bij Ermelo”, en „legerplaats bij ’t Harde” gelezen: „Legerplaats Steenwijkerwold”, „Legerplaats Nunspeet”, „Legerplaats Ermelo” en „Legerplaats ’t Harde”.

Onze Minister van Oorlog is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Soestdijk, 4 Februari 1953.

JULIANA.

De Minister van Oorlog,

C. STAF.

Uitgegeven de zeven en twintigste Februari 1953.

De Minister van Justitie, L. A. DONKER.