Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Aan de ambtenaar, benoemd tot bezoldigd bestuurder ener rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie van ambtenaren, kan op zijn verzoek voor de duur van de waarneming der functie, evenwel voor ten hoogste twee jaren, bijzonder verlof worden verleend buiten genot van bezoldiging, doch met behoud van zijn plaats op de ranglijst.

HOOFDSTUK VI

Ziekte en geneeskundige keuringen

Artikel 31. 1. De ambtenaar, die wegens ziekte of ongeval verhinderd is zijn dienst te verrichten, geniet gedurende de maand, waarin de arbeid is opgegeven, de volle bezoldiging en vervolgens:

a. voor zover het betreft een ambtenaar, die tien jaar of korter in overheidsdienst is, gedurende twaalf maanden de volle bezoldiging, gedurende de daarop volgende twaalf maanden twee derde gedeelte van zijn bezoldiging, gedurende de daarop volgende twaalf maanden de helft van zijn bezoldiging;

b. voor zover het betreft een ambtenaar, die meer dan tien jaren in overheidsdienst is, gedurende achttien maanden de volle bezoldiging, gedurende de daaropvolgende achttien maanden twee derde gedeelte van zijn bezoldiging, gedurende de daarop volgende achttien maanden de helft van zijn bezoldiging.

2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de kindertoelage niet aan de onder a en b aangegeven verminderingen onderworpen.

3. Na het verstrijken van de termijn, waarover voor het laatst de helft der bezoldiging werd genoten, kan de uitbetaling daarvan worden voortgezet.

4. Wanneer de ziekte of het ongeval van de ambtenaar is ontstaan in verband met zijn dienstbetrekking, geniet hij gedurende de tijd, dat hij verhinderd is zijn dienst te verrichten, de volle bezoldiging. Indien de ziekte of het ongeval, bedoeld in de vorige volzin, ook na het ontslag van de ambtenaar nog gedeeltelijke of gehele ongeschiktheid tot werken tengevolge heeft, ontvangt hij, wanneer hij te dier zake geen aanspraak heeft op een uitkering krachtens een wettelijke ziekte- of ongevallenverzekering of op een pensioen krachtens de Pensioenwet 1922 ( Staatsblad no. 240), gedurende de tijd van zijn gedeeltelijke of gehele ongeschiktheid tot werken een uitkering tot zodanig bedrag als hem krachtens de Ongevallenwet 1921 en de Kinderbijslagwet zou toekomen, indien hij daaraan recht op uitkering kon ontlenen.

5. Op de bezoldiging van de ambtenaar wordt de uitkering, welke hij krachtens een wettelijke verzekering ontvangt, in mindering gebracht. Het bepaalde in dit lid is niet van toepassing op de vergoedingen, als bedoeld in artikel 7 van het Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1951.

6. Indien de ambtenaar tengevolge van de ziekte of het ongeval, bedoeld in het vierde lid, overlijdt, ontvangen zijn nagelaten betrekkingen, wanneer zij te dier zake geen aanspraak op ee n uitkering krachtens een der Ongevallenwetten of op een pensioen krachtens de Pensioenwet 1922 ( Staatsblad no. 240) hebben, een uitkering tot zodanig bedrag en tot zodanig tijds hp als hun krachtens de Ongevallenwet 1921 en de Kinderbijslagwet voor invaliditeits-, ouderdoms- en wezenrentetrekkers (Staatsblad no. I 309) zou toekomen, indien zij daaraan recht °P uitkering konden ontlenen.

7. Het bepaalde in de voorafgaande leden geldt slechts met dien verstande, dat aan de ambtenaar voor de tijd, dat hij wegens ziekte of ongeval verhinderd is arbeid te verrichten, uit hoofde van zijn ambt, daaronder begrepen zijn ontslag, nimmer meer wordt uitbetaald dan wanneer hij over dezelfde tijd zijn dienst zou hebben verricht.

Artikel 32. 1 . Ter beantwoording van de vraag, of diensthervatting al dan niet is uitgesloten, kan op last van het bevoegd gezag een geneeskundig onderzoek worden ingesteld. Zodanig onderzoek wordt in elk geval ingesteld, indien de betrokkene langer dan een jaar onafgebroken wegens ziekte of ongeval verhinderd is zijn dienst te verrichten of wanneer de verhindering binnen een tijdvak van anderhalf jaar

meer dan drie honderd vijf en zestig kalenderdagen heeft geduurd.

2. Blijkt bij het in het vorige lid bedoelde onderzoek, dat diensthervatting niet is uitgesloten, dan wordt de uitbetaling van bezoldiging volgens artikel 31 voortgezet en het geneeskundig onderzoek, telkens wanneer zulks gewenst wordt geacht, herhaald.

3. Blijkt bij het geneeskundig onderzoek, dat diensthervatting is uitgesloten, dan wordt de uitbetaling van bezoldiging volgens artikel 31 voortgezet tot aan de dag van ingang van het ontslag.

Artikel 33. 1. Een geneeskundig onderzoek kan op last van het bevoegd gezag mede worden ingesteld ten aanzien van een ambtenaar, die niet wegens ziekte buiten dienst is, maar van wie nochtans op goede gronden wordt verondersteld, dat zijn lichamelijke of geestelijke toestand een beletsel vormt om zijn dienst naar behoren te verrichten.

2. Blijkt bij het onderzoek, dat zodanige dienstverrichting is uitgesloten, dan heeft de betrokkene, indien hij op grond van de uitslag van het geneeskundig onderzoek buiten dienst wordt gesteld, aanspraak op uitbetaling van bezoldiging volgens artikel 31 tot aan de dag van ingang van het ontslag.

Artikel 34. De ambtenaar is verplicht zich eenmaal per jaar te onderwerpen aan een geneeskundig onderzoek naar het voorkomen van tuberculose. Onze Minister geeft omtrent dit onderzoek nadere voorschriften. De kosten van het onderzoek komen ten laste van de gemeente.

Artikel 35. 1. Een ambtenaar, die op grond van de uitslag van een geneeskundig onderzoek, als bedoeld in de artikelen 32 en 33, niet reeds op last van het bevoegd gezag aan een geneeskundig onderzoek volgens de bepalingen van de Pensioenwet 1922 ( Staatsblad no. 240) wordt onderworpen, kan, indien hem op grond van de uitslag van het onderzoek eervol ontslag wordt aangezegd, binnen veertien dagen na de dagtekening van deze aanzegging, het gezag, dat de aanzegging tot ontslag deed, verzoeken aan een herkeuring te worden onderworpen. Van de mogelijkheid daartoe wordt de ambtenaar bij de aanzegging mededeling gedaan.

2. Zodanige herkeuring heeft in elk geval plaats, indien, nadat een geneeskundig onderzoek volgens de bepalingen van de Pensioenwet 1922 ( Staatsblad no. 240) niet tot afkeuring heeft geleid, desondanks door het bevoegd gezag wordt geoordeeld, dat de toestand van de ambtenaar tot ontslag aanleiding moet geven.

3. De herkeuring geschiedt door een of meer daartoe door het bevoegd gezag aangewezen deskundigen, die niet aan het voorafgegaan geneeskundig onderzoek van de ambtenaar hebben deelgenomen, eventueel bijgestaan door een, door de ambtenaar en voor zijn rekening aan te wijzen geneeskundige, aan wie adviserende stem wordt toegekend.

Artikel 36. 1. Op grond van de uitslag van een geneeskundig onderzoek of een herkeuring, als bedoeld in de artikelen 32, 33 en 35, kan de ambtenaar binnen een jaar na het ontstaan van de verhindering niet worden ontslagen, tenzij hij aanspraak heeft op pensioen ten laste van het algemeen burgerlijk pensioenfonds of op een uitkering, als bedoeld in artikel 37. In dat geval wordt tot het einde van evenbedoelde termijn van een jaar eveneens de bezoldiging doorbetaald tot een bedrag gelijk aan de laatstelijk genoten bezoldiging, verminderd met evenbedoeld pensioen, onderscheidenlijk met evenbedoelde uitkering.

2. De ambtenaar, die op andere gronden dan zijn bedoeld in het eerste lid, gedurende zijn ziekte eervol is ontslagen, wordt voor de toepassing van het eerste en vierde lid van artikel 31 gedurende zijn ziekte doch uiterlijk tot een jaar na de aanvang der verhindering om dienst te doen geacht in dienst te zijn gebleven.

3. De ambtenaar, die gedurende ten minste twee maanden in dienst is geweest en binnen één maand, nadat hij eervol is ontslagen werkloos zijnde, door ziekte of ongeval verhinderd

Sluiten