Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

104

WET van 5 Maart 1953, houdende vaststelling van het Vijfde Hoofdstuk der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1953. (Departement van Binnenlandse Zaken.)

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat ingevolge artikel 126 der Grondwet de algemene begrotingen van de uitgaven des Rijks door de wet moeten worden vastgesteld en dat de inrichting dier begrotingen moet geschieden met inachtneming van de bepalingen der Comptabiliteitswet [Stb. 1927, no. 259); Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: Artikel I Hoofdstuk V der begroting van uitgaven des Rijks voor het dienstjaar 1953 betreffende het Departement van Binnenlandse Zaken, wordt vastgesteld als volgt: TITEL A. GEWONE DIENST......ƒ204 089 358 TITEL B. BUITENGEWONE DIENST: I UITGAVEN VAN AFLOPEND KARAKTER . . 1 020 705 II KAPITAALSUITGAVEN............ 6 049 800 TITEL A. GEWONE DIENST......... 204 089 358 AFDELINGEN: I MINISTERIE............... 2 876 942 II BINNENLANDS BESTUUR......... 606 800 Hl FINANCIËN BINNENLANDS BESTUUR . . 5 550 900 IV WETGEVING............... 52 300 V OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID .... 88642700 VI BINNENLANDSE VEILIGHEIDSDIENST . . 3 938 000 VII CODE COÖRDINATIEBUREAU...... 4 200 IX OVERHEIDSPERSONEELSZAKEN.....101 443 193 X CENTRAAL ORGAAN VOOR RIJKSPERSONEELSAANGELEGENHEDEN....... 933 123 XI HOGE RAAD VAN ADEL......... 29 200 XI I RIJKSCENTRALE VOOR MECHANISCHE ADMINISTRATIE............. 12 000 XIII STAATSDRUKKERIJ- EN UITGEVERIJBEDRIJF................... Memorie AFDELING I. MINISTERIE......... 2 876 942 Onderafdeling I. ALGEMENE LEIDING . . . 45 500 Artikel I Minister......... 28 300 3 Personeelsuitgaven.............. 17 200 Onderafdeling II. ADMINISTRATIEVE EN HULPAFDELINGEN VAN HET MINISTERIE 766 200 Paragraaf 1. Kabinet ............. 24 200 4 Personeelsuitgaven............. 24 200

Paragraaf 2. Organisatie en Comptabiliteit . . . 742 000 5 Personeelsuitgaven.............. 742 000 Onderafdeling III. UITGAVEN VAN ALGEMENE AARD VAN HET MINISTERIE ... 444 080 6 Bijdrage aan hoofdstuk VII B der Rijksbegroting in de uitgaven ten behoeve van de verzekering van ambtenaren bij het reizen per vliegtuig ingevolge het Koninklijk besluit van 15 Juli 1948 (Stb. I 240) . . 500 7 Bijdrage aan hoofdstuk VII B der Rijksbegroting in de uitgaven voor verzekeringen ten behoeve van de Staat (Verzekering Wettelijke Aansprakelijkheid, enz.) ................... 100 8 Personeelsuitgaven van het departementale wagenpark ..............ƒ 50 400 waarvan komt ten laste van de afdelingen en diensten....... 50 400 zodat wordt uitgetrokken.......... Nihil 9 Algemene en specifieke uitgaven van het departementale wagenpark........ƒ 69 900 waarvan komt ten laste van de afdelingen en diensten....... 69 900 zodat wordt uitgetrokken........... Nihil 10 Aanschaffing van vervoermiddelen ten behoeve van het departementale wagenpark....... 22 000 11 Algemene uitgaven.............. 356 000 12 Representatiekosten............. 2 300 13 Aanschaffingen voor inrichting, uitbreiding en vernieuwing .................. 27 600 14 Drukken en uitgeven Staatsalmanak...... 14 000 15 Bijdrage aan hoofdstuk VI der Rijksbegroting in het subsidie aan de Nederlandse Centrale Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (artikel 3 der wet van30October 1930,576.416) 13 500 16 Toelagen aan ambtenaren, aan wie buitengewone eisen worden gesteld............. 8 080 Onderafdeling IV. OVERIGE UITGAVEN. . . 1621162 17 Sociale lasten..........ƒ 991 758 waarvan komt ten laste van de diverse artikelen voor personeelsuitgaven ............ 991 758 zodat wordt uitgetrokken ........... Nihil 18 Uitkeringen op grond van artikel 63 van het Arbeidsovereenkomstenbesluit .......... 90 090 19 W'achtgeiden................ 50 000 20 Betalingen aan Rijkspersoneel, waartegenover geen arbeidsprestatie staat............. 15 000 21 Pensioenen en onderstanden aan overige gerechtigden .................... 115 000 22 Uitkeringen aan voormalig Rijkspersoneel in tijdelijke dienst of werkzaam op arbeidsovereenkomst, ingevolge de Uitkeringsregeling 1952 (Stb. 412) . 1 200 000 23 Bijdragen voor inkoop van diensttijd voor pensioen. 50 000 24 Annuiteit, verschuldigd over de jaren 1917 tot en met 1966 aan het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds als gevolg van de wet van 23 Mei 1917 (Stb. 426) over het dienstjaar 1953.......... 55 162 25 Uitgaven betreffende afgesloten dienstjaren, als bedoeld in artikel 7, derde lid, der Comptabiliteitswet (Stb. 1927, no. 259)............ 10 000 26 Onvoorziene uitgaven............. 36 000

Sluiten