Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel VIII

Artikel 26 van de Werkloosheidswet wordt gelezen als volgt:

„Artikel 26

1. Het bestuur van het Algemeen Werkloosheidsfonds brengt, volgens door Onze Minister bij de Statuten van het fonds te stellen regelen en behoudens daarbij te bepalen uitzonderingen de besluiten, welke het neemt, onverwijld ter kennis van Onze Minister en van de Sociale Verzekeringsraad.

2. De besluiten van het bestuur van het Algemeen Werkloosheidsfonds kunnen, voorzover zij met de wet of het algemeen belang strijden, door Ons worden geschorst of vernietigd. De artikelen 28, tweede en derde lid, 29, 30, 31, 32, 33 en 34 van de Organisatiewet Sociale Verzekering zijn van overeenkomstige toepassing.”.

Artikel IX

Na artikel 26 van de Werkloosheidswet wordt ingevoegd een nieuw artikel 26a, luidende:

„Artikel 26 a

Het bestuur van het Algemeen Werkloosheidsfonds is verantwoordelijk en rekenplichtig aan de Sociale Verzekeringsraad.”.

Artikel X

Artikel 27 van de Werkloosheidswet wordt gelezen als volgt:

„Artikel 27

1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, de Sociale Verzekeringsraad gehoord, voorzoveel nodig in afwijking van het bepaalde in deze wet, voorzieningen worden getroffen voor het geval het bestuur van het Algemeen Werkloosheidsfonds zijn uit deze wet voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt.

2. Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing in het geval de aanwijzing van leden en plaatsvervangende leden van het bestuur van het Algemeen Werkloosheidsfonds, bedoeld in artikel 24, vijfde lid, achterwege blijft.”.

Artikel XI

Het tweede lid van artikel 28 van de Werkloosheidswet wordt gelezen als volgt:

„2. Het bestuur van het Algemeen Werkloosheidsfonds is verplicht binnen een jaar na het verstrijken van een boekjaar een verslag omtrent de toestand van het fonds en van zijn werkzaamheden in het afgelopen boekjaar samen te stellen, welk verslag met de rekening over dat boekjaar aan Onze Minister en de Sociale Verzekeringsraad wordt toegezonden.”.

Artikel XII

Het vijfde lid van artikel 29 van de Werkloosheidswet wordt gelezen als volgt:

„5. Onze Minister stelt, gehoord de Sociale Verzekeringsraad, regelen ten aanzien van de belegging van de gelden der in dit artikel bedoelde fondsen.”.

Artikel XIII

In het vijfde lid van artikel 31 van de Werkloosheidswet worden de woorden „Onze Minister, die” vervangen door de woorden: „de Sociale Verzekeringsraad, welke”.

Artikel XIV

In het vijfde lid van artikel 34 van de Werkloosheidswet worden de woorden „vijf jaren” vervangen door de woorden: „tien jaren”.

Artikel XV

In artikel 37, eerste lid, van de Werkloosheidswet worden de woorden „het bestuur van het Algemeen Werkloosheidsfonds” vervangen door de woorden: „de Sociale Verzekeringsraad”, die terzake overleg pleegt met het bestuur van „het Algemeen Werkloosheidsfonds”.

Artikel XVI

In artikel 41 van de Werkloosheidswet worden de volgende wijzigingen aangebracht:

a. in het tweede lid worden na de woorden „kennis gegeven aan” ingevoegd de woorden: „de Sociale Verzekeringsraad en”;

b. aan het vierde lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: „Indien het bestuur van de bedrijfsvereniging zich met deze mededeling niet kan verenigen, kan het zich binnen dertig dagen na dagtekening van bedoelde mededeling wenden tot de Sociale Verzekeringsraad, welke alsdan in het geschil een beslissing neemt.”.

Artikel XVII

Artikel 42 van de Werkloosheidswet wordt gelezen als volgt:

„Artikel 42

1. Met het oog op de bestrijding der uitgaven van het wachtgeldfonds in jaren, waarin de gewone middelen daartoe ontoereikend zijn, vormt het bestuur der bedrijfsvereniging een reserve, waarvoor over elk boekjaar ten minste twintig ten honderd van het gezamenlijk bedrag der premiën over dat boekjaar wordt afgezonderd, met dien verstande evenwel, dat

a. ten gevolge van bedoelde afzondering de reserve i'iet behoeft te stijgen boven tweemaal het gezamenlijk bedrag der premiën over dat boekjaar;

b. de Sociale Verzekeringsraad, na overleg met het bestuur van het Algemeen Werkloosheidsfonds, over een bepaald boekjaar geheel of ten dele ontheffing kan verlenen van de verplichting tot reservering.

2. Het bestuur der bedrijfsvereniging bezigt aldus gereserveerde gelden niet tot bestrijding van uitgaven van het wachtgeldionds dan met toestemming van de Sociale Verzekeringsraad, welke terzake het bestuur van het Algemeen Werkloosheidsfonds hoort”.

Artikel XVIII

In artikel 43 van de Werkloosheidswet worden de woorden „volgens algemene regelen, die door Onze Minister, genoemd bestuur gehoord, worden vastgesteld,” vervangen door de woorden: „volgens algemene nadere regelen, welke door Onze Minister, de Sociale Verzekeringsraad gehoord, worden vastgesteld,”.

Artikel XIX

Aan artikel 45, eerste lid, van de Werkloosheidswet wordt een volzin toegevoegd, luidende:

„Onze Minister hoort, alvorens op een aanvrage om goedkeuring te beslissen, de Sociale Verzekeringsraad.”.

Artikel XX

Artikel 46 van de Werkloosheidswet wordt gelezen als volgt:

„Artikel 46

1. Het bestuur van het Algemeen Werkloosheidsfonds geeft aan de besturen der bedrijfsverenigingen aanwijzingen van algemene aard, welke deze in acht moeten nemen bij het beoordelen van verzoeken om uitkering als in artikel 44 bedoeld. Van zulk een aanwijzing doet het bestuur van het Algemeen Werkloosheidsfonds mededeling aan de Sociale Verzekeringsraad.

2. Wanneer het bestuur van een bedrijfsvereniging van oordeel is, dat aanwijzingen, als in het eerste lid bedoeld, bezwaarlijk kunnen worden opgevolgd, geeft het daarvan z° spoedig mogelijk kennis aan het bestuur van het Algemeen Werkloosheidsfonds.

3. Indien het bestuur van het Algemeen Werkloosheidsfonds de aanwijzingen geheel of ten dele handhaaft, kan het bestuur van de bedrijfsvereniging zich wenden tot de Sociale Verzekeringsraad, welke in het geschil een beslissing neemt.”.

Artikel XXI

In artikel 49, eerste lid, van de Werkloosheidswet wordt na de woorden „Algemeen Werkloosheidsfonds” ingevoegd: „en gehoord de Sociale Verzekeringsraad”.

Sluiten