Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AFDELING I. MINISTERIE........ Memorie Onderafdeling III. UITGAVEN VAN ALGEMENE AARD VAN HET MINISTERIE . . Memorie 110 Nieuw-, aan- en verbouw en aankoop van gronden en opstallen door bemiddeling en ten behoeve van de Rijksgebouwendienst.....ƒ 150 000 waarvan komt ten laste van de diverse artikelen voor nieuw-, aan- en verbouw en aankoop van gronden en opstallen.......... 150 000 zodat wordt uitgetrokken.......... Nihil Maximum van de verplichtingen, die in 1953 zullen worden aangegaan ƒ 150 000. 111 Nieuw-, aan- en verbouw en aankoop van gronden en opstallen door bemiddeling van de Rijksgebouwendienst ................ Memorie Aangewezen voor toepassing van artikel 24 der Comptabiliteitswet (Stb. 1927, no. 259). AFDELING II. WEDEROPBOUW EN VOLKSHUISVESTING .............. 10 000 000 Onderafdeling IV. TECHNISCHE CONTRÓLE Memorie 112 Uitgaven voortvloeiende uit door het Rijk verleende garanties inzake het afnemen door gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen van montagewoningen.................. Memorie Onderafdeling V. FINANCIËLE ZAKEN . . 10 000 000 113 Voorschotten ingevolge artikel 56 der Woningwet en kosten van bouw van woningen, welke volgens andere Rijksregelingen worden gefinancierd ............ƒ 10 000 000 waarvan ten laste van: a. artikel 114 . . . Memorie b. artikel 115 . . . Memorie --Memorie zodat wordt uitgetrokken.......... 10 000 000 Aangewezen voor toepassing van artikel 24 der Comptabiliteitswet (Stb. 1927, no. 259). 114 Voorschotten aan gemeenten voor het verkrijgen van een woning in eigendom door arbeiders en met hen gelijk te stellen zelfstandigen....... Memorie 115 Kredieten onder hypothecair verband voor verdere woningbouwvoorzieningen........... Memorie AFDELING IV. RIJKSGEBOUWENDIENST. 150 000 Onderafdeling I. ALGEMEEN BEHEER . . . 150 000 116 Nieuw-, aan- en verbouw en aankoop van gronden en opstallen door bemiddeling van de Rijksgebouwendienst ten behoeve van Rijksdiensten en derden...... . ƒ 41 177 370 waarvan ten laste van Rijksdiensten en derden........... 41 177 370 zodat wordt uitgetrokken.......... Nihil Maximum van de verplichtingen, die in 1953 zullen worden aangegaan ƒ 65 477 670. 117 Nieuw-, aan- en verbouw en aankoop van gronden en opstallen ten behoeve van de Rijksgebouwendienst ................... 150 000 Maximum van de verplichtingen, die in 1953 zullen worden aangegaan ƒ 150 000. Aangewezen voor toepassing van artikel 24 der Comptabiliteitswet (Stb. 1927, no. 259).

Artikel II

Op de artikelen voor personeelsuitgaven van het bij deze wet vastgestelde hoofdstuk, te weten de artikelen 1, 2, 5, 15, 27, 31, 35, 37, 38, 44, 45, 49, 52, 55, 56, 58, 64, 65, 66, 67 en 68, worden aangewezen uitgaven wegens:

1. bezoldiging van personeel in vaste- en in tijdelijke dienst; 2. bezoldiging van personeel op arbeidsovereenkomst; 3. bezoldiging van personeel in onregelmatig dienstverband; 4. bezoldiging van personeel met onvolledige dagtaak; 5. lopende toelagen; 6. incidentele uitkeringen; 7. kosten van sociale lasten.

Artikel III

Op de artikelen voor algemene en specifieke uitgaven van het bij deze wet vastgestelde hoofdstuk, te weten de artikelen 7, 16, 28, 46, 50 en 59, worden aangewezen uitgaven wegens:

1. huisvestingskosten; 2. bureaukosten; 3. reis-, verblijf- en verplaatsingskosten; 4. overige algemene uitgaven; 5. specifieke uitgaven.

Artikel IV

Op artikel 20 van het bij deze wet vastgestelde hoofdstuk worden aangewezen de tot het dienstjaar 1953 behorende uitgaven, welke het Departement van Wederopbouw en Volkshuisvesting betreffen, haar omschrijving niet vinden in één der andere artikelen van dat hoofdstuk en moeten dienen ter voorziening in behoeften, die in de loop van dat dienstjaar onverwacht opkomen. Deze uitgaven worden voor elke soort afzonderlijk in rekening gebracht en omschreven.

Artikel V

Wanneer het bedrag, uitgetrokken bij een der artikelen 3, 4, 7, 9, 11, 16, 17, 18, 19, 28, 29, 30, 46, 47, 48, 50, 51, 53, 59, 60 en 63, van het bij deze wet vastgestelde hoofdstuk, ontoereikend wordt bevonden, kan het overeenkomstig artikel 13 der Comptabiliteitswet (Stb. 1927, no. 259) door overschrijving uit artikel 20 van dat hoofdstuk worden aangevuld.

Uit laatst gemeld artikel kan mede worden overgeschreven op artikel 40.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk, 12 Maart 1953.

JULIANA.

De Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting,

H. WITTE.

Uitgegeven de een en dertigste Maart 1953.

De Minister van Justitie, L. A. DONKER.

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Bijl. Hand. II 52/53, 2800; Hand. II 52/53, bladz. 3077 t/m 3097 en 3101 t/m 3133; Bijl. Hand. I 52/53, 2800; Hand. I 52/53, bladz. 3059 t/m 3107.

Sluiten