Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

133

BESLUIT van 18 Maart 1953, houdende vaststelling van regelen ter uitvoering van de artikelen 3, eerste lid, onder b, en 9, eerste lid, der Brandweerwet. (Besluit handbrandblusapparaten 1953.)

Wij JULIANA, bh de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 22 Januari 1953, Afdeling Openbare Orde en Veiligheid (Bureau Algemene en Juridische Zaken), No. U 1846;

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, onder b, en 9, eerste lid, der Brandweerwet;

Gezien het advies van de Brandweerraad aan Onze voornoemde Minister van 11 November 1952;

De Raad van State gehoord (Advies van 17 Februari 1953, No. 31);

Gezien het nader rapport van onze Minister van Binnenlandse Zaken, van 6 Maart 1953, Afdeling Openbare Orde en Veiligheid (Bureau Algemene en Juridische Zaken), No. 2070;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: „handbrandblusapparaat”: een toestel, dat kennelijk bestemd is tot het bestrijden van brand en dat door een persoon kan worden vervoerd, in werking gesteld en in werking gehouden door middel van eenvoudige handgrepen zonder mechanische krachtsontwikkeling, en waarvan de inrichting zodanig is, dat de bestrijding van brand geschiedt door middel van een blusstof zonder dat de werking afhankelijk is van een geleidelijke toevoer van de blusstof van buiten het toestel;

„vulling”: de voor een handbrandblusapparaat kennelijk bestemde blusstof en de stof of de stoffen kennelijk bestemd tot uitdrijving van de blusstof uit het handbrandblusapparaat;

„hoofdinspecteur”: de hoofdinspecteur voor het brandweerwezen.

Artikel 2. Handbrandblusapparaten en vullingen, welke bestemd zijn om in de handel gebracht of afgeleverd te worden alsmede de verpakking van vullingen moeten voldoen aan de eisen inzake deugdelijkheid en standaardisatie, welke in de bij dit besluit behorende bijlage zijn omschreven.

Artikel 3. 1. De vervaardiging van handbrandblusapparaten of vullingen ten behoeve van de handel, alsmede de inv °er daarvan dienen te geschieden onder dekking van een door de hoofdinspecteur verleende en in de Nederlandse Staatscourant bekend gemaakte vergunning, waaruit blijkt, dat aan de in artikel 2 bedoelde eisen wordt voldaan.

2- Het bepaalde in het vorige lid is niet van toepassing ten aanzien van de vervaardiging en de invoer van handbrandblusapparaten of vullingen ter voldoening aan het bepaalde in de artikelen 4 en 7.

3- De invoer van handbrandblusapparaten alsmede van vullingen geschiedt uitsluitend langs de eerste kantoren, welke Onze Minister van Binnenlandse Zaken in overleg met Onze Minister van Financiën hiertoe aanwijst.

Artikel 4 . 1. Bij een aanvrage om een vergunning moeten ten behoeve van de keuring worden aangeboden:

a. drie exemplaren van het in de aanvrage aangeduide type handbrandblusapparaat met de bijbehorende vullingen;

Artikel 5. Bij de aanvrage wordt ter bestrijding van de kosten van de keuring aan het Rijk een bedrag van f 100,— betaald op een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken te bepalen wijze.

Artikel 6. 1. De vergunning wordt schriftelijk verleend ten name van de aanvrager. Aan de beschikking, waarbij de vergunning is verleend, wordt een door de hoofdinspecteur gewaarmerkt exemplaar gehecht van de bescheiden omschreven in artikel 4, eerste lid, onder b.

2. Een weigering van een vergunning wordt aan de aanvrager met vermelding van de redenen, schriftelijk medegedeeld.

Artikel 7. 1. De houder van de vergunning levert na de ontvangst van de vergunning bij de hoofdinspecteur twee exemplaren van het goedgekeurde type handbrandblusapparaat met de bijbehorende vullingen in, welke zijn voorzien van het Rijkskeurmerk, als bedoeld in artikel 8.

2. De hoofdinspecteur waarmerkt de in het vorige lid bedoelde handbrandblusapparaten en zendt een dezer apparaten terug aan de houder der vergunning. Deze doet van de ontvangst van het gewaarmerkte handbrandblusapparaat schriftelijk mededeling aan de hoofdinspecteur. De hoofdinspecteur doet daarna van het verlenen van de vergunning mededeling in de Nederlandse Staatscourant.

3. De hoofdinspecteur en de houder van de vergunning zijn gehouden het gewaarmerkt handbrandblusapparaat in ongeschonden staat te bewaren.

Artikel 8. De houder van de vergunning draagt zorg, dat op de overeenkomstig het goedgekeurde type van ten behoeve van de handel vervaardigde of ter invoer aangeboden handbrandblusapparaten, alsmede op de verpakking van de bijbehorende vullingen een Rijkskeurmerk wordt aangebracht, waarvan het model in de bijlage, bedoeld in artikel 2, is vastgesteld.

Artikel 9. 1. De hoofdinspecteur kan bij een met redenen omklede beschikking de vergunning intrekken, indien de houder van de vergunning het bepaalde bij of krachtens dit besluit niet nakomt of heeft opgehouden handbrandblusapparaten of vullingen, terzake waarvan de vergunning is verleend, te vervaardigen of in te voeren.

2. De hoofdinspecteur kan de vergunning eveneens intrekken, indien nader is gebleken dat het handbrandblusapparaat of de bijbehorende vulling gebreken vertoont, waardoor de deugdelijkheid in gevaar wordt gebracht. Alvorens in dit geval de vergunning wordt ingetrokken doet de hoofdinspecteur aan de houder van de vergunning schriftelijk mededeling, welke verbeteringen moeten worden aangebracht en bepaalt hij tevens de dag, met ingang waarvan de vergunning zal worden ingetrokken. In geval een nieuwe vergunning wordt aangevraagd kan de hoofdinspecteur van het bepaalde in de artikelen 4 en 5 ontheffing verlenen.

3. Van het intrekken van een vergunning doet de hoofdinspecteur mededeling in de Nederlandse Staatscourant.

Artikel 10. 1 . Tegen een op grond van dit besluit genomen schriftelijke beslissing van de hoofdinspecteur staat binnen dertig dagen na de dagtekening der beslissing beroep open op Onze Minister van Binnenlandse Zaken.

b. een volledige constructiebeschrijving, een constructietekening van het apparaat en een opgave van de samenstelling van de vulling, alle in drievoud.

2. Ten behoeve van de keuring kan de hoofdinspecteur van de aanvrager nadere gegevens of meer exemplaren van het apparaat, van de onderdelen of van de vullingen verlangen.

Sluiten