Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel II

Op de artikelen voor personeelsuitgaven van het bij deze wet vastgestelde hoofdstuk, te weten de artikelen 2, 3, 5, 25, 27, 33, 36, 49, 53, 75, 77, 80, 83, 88, 92, 97, 100, 122, 125, 132, 136, 141, 145, 147, 154, 158, 159, 168, 172, 232, 269, 275 en 291 worden aangewezen uitgaven wegens:

1. salarissen van personeel in vaste en in tijdelijke dienst; 2. salarissen van personeel op arbeidsovereenkomst; 3. lonen personeel in los dienstverband; 4. salarissen en lonen van personeel met onvolledige dagtaak; 5. lopende toelagen; 6. incidentele uitkeringen; 7. aandeel in de sociale lasten.

Artikel III

Op de artikelen voor algemene uitgaven van het bij deze wet vastgestelde hoofdstuk, te weten de artikelen 4, 28, 34, 37, 50, 54, 76, 78, 81, 84, 89, 91A, 93, 98, 101, 123, 126, 133, 137, 142, 148, 156, 169, 173, 233, 270, 276 en 292 worden aangewezen uitgaven wegens:

1. huisvestingskosten; 2. bureaukosten; 3. reis-, verblijf- en verplaatsingskosten; 4. overige algemene uitgaven.

Artikel IV

Op artikel 24 van het bij deze wet vastgestelde hoofdstuk worden aangewezen de tot het dienstjaar 1953 behorende uitgaven, welke het Departement van Verkeer en Waterstaat betreffen, haar omschrijving niet vinden in een der andere artikelen van dat hoofdstuk en moeten dienen ter voorziening in behoeften, die in de loop van dat dienstjaar onverwacht opkomen.

Deze uitgaven worden voor elke soort afzonderlijk in de rekening gebracht en omschreven.

Artikel V

Wanneer het bedrag uitgetrokken bij een der artikelen 4, 9, 10, 11, 12, 19, 22, 23, 26, 28, 29, 30, 34,35,37,38, 39,40,41,50, 52, 54, 56, 57, 58, 59, 60, 62, 65, 66, 72, 76, 78, 79, 81, 82, 84, 85, 86, 87, 89, 90, 90A, 91, 91B, 91C, 93, 94, 95, 96, 98, 99, 101, 102, 105, 106, 109, 111, 121, 123, 124, 126, 127, 128, 129, 130, 131, 133, 134, 135, 137, 138, 139, 142, 143, 144, 148, 149, 150, 151, 156, 160, 161, 163, 165, 166, 167, 169, 171, 173, 175, 176, ;177, 180, 185, 186, 193, 218, 219, 220, 221, 222, 223, 224, 225, 226, 227, 233, 235, 236, 237, 238, 239, 240, 242, 246, 257, 261, 263, 264, 267, 268, 270, 272, 273, 274, 276, 278 en 279 van het bij deze wet vastgestelde hoofdstuk ontoereikend wordt bevonden, kan het overeenkomstig artikel 13 der Comptabiliteitswet (Stb. 1927, no. 259) door overschrijving uit artikel 24 van dat hoofdstuk worden aangevuld. Uit laatstgemeld artikel kan mede worden overgeschreven op de artikelen 120, 162, 241 en 262.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk, 2 Mei 1953.

JULIANA.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

J. ALGERA.

Uitgegeven de twee en twintigste Mei 1953.

De Minister van Justitie, L. A. DONKER.

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Bijl. Hand. II 52/53, 2800; Hand. II 52/53, bladz. 3243 t/m 3265 en 3267 t/m 3312; Bijl. Hand. I 52/53, 2800; Hand. I 52/53, bladz. 3267 t/m 3303 en 3305 t/m 3327.

Sluiten