Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V NOORDOOSTELIJKE POLDER. VI ZUIDELIJKE POLDERS. VII WIERINGERMEER. VIII OVERIGE ONTVANGSTEN BETREFFENDE HET ZUlDERZEEFONDS.

AFDELING I. ZUIDERZEESTEUNWET.

9 Uitkering ten laste van de Buitengewone Dienst (Kapitaalsuitgaven) van Hoofdstuk VII B der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1953 tot het bedrag der rentedragende voorschotten ten behoeve van de kredietverlening, bedoeld in artikel 7 van de Zuiderzeesteunwet 1925 (Stb. 290).

10 Uitkering ten laste van de Buitengewone Dienst (Kapitaalsuitgaven) van Hoofdstuk VII B der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1953 tot het bedrag der rentedragende voorschotten in verband met de uitkering van contante waarden inzake tegemoetkoming wegens waardevermindering, als bedoeld in artikel 6a der Zuiderzeesteunwet 1925 (Stb. 290).

11 Uitkering ten laste van de Buitengewone Dienst (Kapitaalsuitgaven) van Hoofdstuk VII B der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1953 tot het bedrag der rentedragende voorschotten in verband met de uitkering van toelagen tot een bedrag ineens, als bedoeld in artikel 6 der Zuiderzeesteunwet 1925 (Stb. 290).

AFDELING III. INKOMSTEN, WELKE WORDEN VERDEELD OVER DE VERSCHILLENDE AFDELINGEN.

12 Kapitaalverstrekking uit ’s Rijks kas tot dekking van de uitgaven, bedoeld in artikel 3 van de wet van 20 December 1918 (Stb. 827), zoals dit artikel is gewijzigd bij de wet van 25 Mei 1926 (Stb. 149).

13 Inhoudingen op grond van artikel 14 van het Arbeidsovereenkomstenbesluit.

AFDELING IV. AFSLUITDIJK C.A.

14 Toevallige baten en inkomsten.

15 Uitkering ten laste van Hoofdstuk IX B der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1953 tot aanzuivering van de uitgaven van de werken, die zijn omschreven in artikel 1, onder A 1°, van de wet van 14 Juni 1918 (Stb. 354), zoals deze het laatst is gewijzigd bij de wet van 24 Maart 1938 (Stb. 503) en van de werken, bedoeld onder A 3° van dit artikel, voor zover deze door de afsluiting van de Zuiderzee gevorderd worden.

16 Bijdragen, welke ingevolge de wet verschuldigd zullen zijn door de provinciën, welke geacht kunnen worden in meer directe zin belang te hebben bij de uitvoering van de werken, omschreven in artikel 1, onder A 1°, van de wet van 14 Juni 1918 (Stb. 354), zoals deze het laatst is gewijzigd bij de wet van 24 Maart 1938 (Stb. 503) en van de werken, bedoeld onder A 3° van dit artikel, voor zover deze door de afsluiting van de Zuiderzee gevorderd worden.

17 Aandeel in de inhoudingen op grond van artikel 14 van het Arbeidsovereenkomstenbesluit, vermeld in artikel 13.

AFDELING V. NOORDOOSTELIJKE POLDER. Onderafdeling I. WATERBOUWKUNDIGE WERKEN.

18 Aandeel in de inhoudingen op grond van artikel 14 van het Arbeidsovereenkomstenbesluit, vermeld in artikel 13. 19 Inhouding voor dienstkleding. 20 Inhouding voor woning, vuur, licht en water. 21 Bijdragen voor inkoop van diensttijd voor pensioen. 22 Toevallige baten en inkomsten. 23 Aandeel in de te verstrekken kapitalen, vermeld in artikel 12. Onderafdeling II. LANDBOUWKUNDIGE WERKEN. 24 Inhoudingen op grond van artikel 14 van het Arbeidsovereenkomstenbesluit.

25 Werkzaamheden voor en leveringen aan derden. 26 Verkoop van riet, veen, hakhout, overtollig plantmateriaal en diverse baten. 27 Verkoop producten, opbrengst grasland en toevallige baten. 28 Werkzaamheden voor en leveringen aan derden. 29 Huur van woningen en tijdelijke gebouwen, pacht bedrijven en los land, jachtrecht, recognities, visrecht enz. 30 Producten van de bedrijven. 31 Opbrengst verkoop inventarisgoederen. 32 Werkzaamheden voor en leveringen aan derden. 33 Werkzaamheden voor en leveringen aan derden. 34 Huisvestings- en verpleeggelden, alsmede werkzaamheden voor en leveringen aan derden. 35 Verkoop magazijngoederen. 36 Bijdragen voor inkoop van diensttijd voor pensioen. 37 Inkomsten uit onderzoek voor andere inpolderingen. 38 Aandeel in de te verstrekken kapitalen, vermeld in artikel 12.

AFDELING VI. ZUIDELIJKE POLDERS.

Onderafdeling I. WATERBOUWKUNDIGE WERKEN.

39 Aandeel in de te verstrekken kapitalen, vermeld in artikel 12. 40 Aandeel in de inhoudingen op grond van artikel 14 van het Arbeidsovereenkomstenbesluit, vermeld in artikel 13. 41 Inhouding voor dienstkleding. 42 Inhouding voor woninghuur. 43 Bijdragen voor inkoop van diensttijd voor pensioen. 44 Overige ontvangsten.

Onderafdeling II. LANDBOUWKUNDIGE WERKEN.

45 Huisvestings- en verpleeggelden. 46 Aandeel in de te verstrekken kapitalen, vermeld in artikel 12.

AFDELING VII. WIERINGERMEER.

47 Aandeel in de te verstrekken kapitalen, vermeld in artikel 12.

AFDELING VIII. OVERIGE ONTVANGSTEN BETREFFENDE HET ZUIDERZEEFONDS.

48 Aandeel in de te verstrekken kapitalen, vermeld in artikel 12.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk, 9 Mei 1953.

JULIANA.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

J. ALGERA.

Uitgegeven de vijfde Juni 1953.

De Minister van Justitie,

L. A. DONKER.

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Bijl. Hand. II 52/53, 2800B; Hand. II 52/53, bladz. 3314 t/m 3326; Bijl. Hand. I 52/53, 2800B; Hand. 1 52/53, bladz. 3327 t/m 3333 en 3337 t/m 3340.

Sluiten