Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAAT

bedoeld in artikel I van de wet van 9 Mei 1953 (Stb. 245) houdende vaststelling van de begroting van het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie voor het dienstjaar 1953. |

le Afdeling — Lasten en baten der exploitatie Lasten Bedrag Baten Bedrag Artikel Artikel 1. Posterijen............... ƒ 136 960 000 18. Posterijen............... ƒ 128 601 000 2. Telegrafie............... 13 923 000 19. Telegrafie............... 14 153 000 3. Telefonie............... 99 166 000 20. Telefonie............... 163 397 000 4. Radio-verkeersdienst.......... 5 820 000 21. Radio-verkeersdienst.......... 7 696 000 5. Radio-distributie............ 13 726 000 22. Radio-distributie............ 13 500 000 6. Technische verzorging zendmiddelen voor 23. Technische verzorging zendmiddelen voor de omroep en Luistervergunningen . . . 4 405 000 de omroep en Luistervergunningen . . . 4 430 000 7. Algemene bedrijfslasten........ 3 912 000 24. Algemene bedrijfsbaten......... 3 523 000 8. Rijksautomobielcentrale......... 5 125 000 25. Rijksautomobielcentrale......... 7 525 000 9. Centrale werkplaats.......... 3 244 000 26. Centrale werkplaats.......... 3 394 000 10. Centraal laboratorium......... 1 918 000 27. Centraal laboratorium......... 2 329 000 11. Postchèque- en Girodienst....... 22 376 000 28. Postchèque- en Girodienst....... 27 600 000 12. Rijkspostspaarbank........... 37 458 000 29. Rijkspostspaarbank.......... 48 278 000 13. Subsidies en bijdragen......... 105 000 30. Beschikking over reserves........ Memorie 14. Afschrijvingen............. 32 187 000 15. Rente................. 16 435 000 16. Toevoeging aan de reserves....... 26 320 000 17. Uitkering aan het Rijk van het voordelig saldo der exploitatie.......... 1 346 000 ƒ 424 426 000 ƒ 424 426 000 2 e Afdeling — Kapitaalsuitgaven en -ontvangsten Uitgaven Bedrag Ontvangsten Bedrag Artikel Artikel 31. Kosten van voorbereiding, oprichting, uit40. Uitkering van het Rijk ter bekostiging van breiding en vernieuwing......... ƒ 100 000 000 kapitaalsuitgaven............ ƒ 100 000 000 Aangewezen voor toepassing van artikel 16 41. Uitkering van het Rijk van het bedrag, der Bedrijvenwet 1928 (Stb. 249). waarmede de waarde der voorraden op het 32. Kasgeldlening (renteloze) aan de stichting einde van het dienstjaar blijkt te zijn ver„Personeelfonds PTT”......... Memorie meerderd............... Memorie 33. Kasgeldlening (renteloze) aan de stichting 42. Het bedrag der afschrijvingen voor aflossing ..Kinderfonds PTT”.......... Memorie op het kapitaal beschikbaar gekomen . . 32 187 000 34. Het bedrag, waarmede de waarde der voor43. Het bedrag, waarmede de waarde der voorraden op het einde van het dienstjaar blijkt raden op het einde van het dienstjaar blijkt te zijn vermeerderd.......... Memorie te zijn verminderd........... 5 000 000 35. Uitkering aan het Rijk wegens aflossing op 44. Opbrengst, omschreven in art. 6, lid 2, het kapitaal.............. 32 187 000 sub d, der Bedrijvenwet 1928 (Stb. 249) . . Memorie 36. Uitkering aan het Rijk van het bedrag, 45. Aflossingen door de stichtingen „Personeelwaarmede de waarde der voorraden op fonds PTT”, „Kinderfonds PTT” en „Onthet einde van het dienstjaar blijkt te zijn spanningsoorden PTT” op verstrekte leninverminderd.............. 5 000 000 gen, benevens aflossingen op verstrekte 37. Uitkering aan het Rijk wegens opbrengst, hypothecaire leningen......... 28 000 omschreven in artikel 6, lid 2, sub d, der 46. Toeneming van de reserve....... 15 000 000 38. Uitkering aan het Rijk wegens aflossingen \ door de stichtingen „Personeelfonds PTT”, „Kinderfonds PTT” en „OntspanningsNv oorden PTT” op verstrekte leningen, benevens aflossingen op verstrekte hypothe\. caire leningen . -............ 28 000 39. Uitkering aan het Rijk van de voor vorming van een algemene reserve beschikbaar geN. komen middelen............ 15 000 000 ƒ 152 215 000 ƒ 152215000

Sluiten