Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

268 B E S L U I T van 6 Juni 1953, houdende overboeking van het restant van het Achtste Hoofdstuk A der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1951 op het Achtste Hoofdstuk A der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1952. (Departement van Oorlog.)

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Oorlog van 22 December 1952, Directoraat Administratieve Diensten, Afdeling B 2, bureau 1, nr. 350730;

Gelet op de Wet van 4 Augustus 1951, Stb. 340, tot vaststelling van hoofdstuk VIIIA der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1951, zoals deze is gewijzigd;

Gelet op artikel 24 der Comptabiliteitswet (Stb. 1927, no. 259);

Gezien het rapport van Onze Minister van Financiën dd. 4 Juni 1953, Generale Thesaurie, Dienst der Rijksbegroting, Afdeling Begrotingszaken en Directie Defensie Aangelegenheden, Afdeling Inspectie Oorlog en Marine, no. Rb. 799;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Het op de bij dit besluit behorende staat vermelde restant op artikel 166 van hoofdstuk VIIIA der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1951 toe te voegen aan het daarnevens aangegeven artikel van hoofdstuk VIIIA der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1952, vastgesteld bij de wet van 14 Maart 1952, Stb. 121, zoals dit is gewijzigd.

Onze Ministers van Oorlog en van Financiën zijn belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer.

Soestdijk, 6 Juni 1953.

JULIANA.

De Minister van Oorlog,

C. STAF.

De Minister van Financiën,

VAN DE KIEFT.

Uitgegeven de zestiende Juni 1953.

De Minister van Justitie, L. A. DONKER.

STAAT VAN HET RESTANT

op hoofdstuk VIIIA der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1951, hetwelk wordt toegevoegd aan de daarnevens vermelde gelijksoortige post van hoofdstuk VIII A der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1952

Restant op hoofdstuk VIIIA der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1951 Art. Omschrijving TITEL B. BUITENGEWONE DIENST I. Uitgaven van aflopend karakter Afdeling III. Leger. Onderafdeling IV. Aanschaffing en onderhoud van het materieel. 166 Buitengewoon krediet in verband met de bijzondere omstandigheden, welke zich bij de opbouw van leger en luchtmacht voordoen .... Bedrag ƒ 4 719 346 Tengevolge van vorenstaande overbrenging van het restant wordt: I. in hoofdstuk VIII A dienstjaar 1951: verminderd en mitsdien met: gebracht op: de Buitengewone dienst I. Uitgaven van aflopend karakter..........ƒ 4 719 346 / 27 584 428 Afdeling III Afdeling III...... 4 719 346 21 134 688 Onderafdeling IV ... . 4719346 10727 988 Post van hoofdstuk VIII A der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1952, waaraan het restant wordt toegevoegd Art. Omschrijving 82 TITEL A. GEWONE DIENST B. Militaire uitgaven. Afdeling III. Leger. Onderafdeling VIL Niet gespecificeerde uitgaven voor de Koninklijke Landmacht. Aanschaffingen en voorzieningen in verband met de bijzondere omstandigheden, welke zich bij de opbouw van de Koninklijke Landmacht voordoen ......... Bedrag ƒ 4 719 346 II. in hoofdstuk VIIIA dienstjaar 1952: de Gewone dienst verhoogd en mitsdien met: gebracht op: . .ƒ 4 719 346 / 1 666 512 218 B. Militaire uitgaven Afdeling lil Afdeling III..... 4 719 346 1 286 408 235 Onderafdeling VII . . . 4 719 346 729 884 288 Behoort bij Koninklijk besluit van 6 Juni 1953, Stb. 268. Ons bekend, De Minister van Oorlog, C. STAF. De Minister van Financiën, VAN DE KIEFT.

Sluiten