Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onderafdeling IV Onderafdeling IV.......... Paragraaf 1 ............. Onderafdeling VI Onderafdeling VI.......... Paragraaf 1 ............. Onderafdeling VU Onderafdeling VII.......... Paragraaf 1 ............. Afdeling UI Afdeling III............. Onderafdeling V Onderafdeling V........... Paragraaf 2 ............. Paragraaf 3............. Paragraaf 4 ............. Paragraaf 5............. Paragraaf 6............. Buitengewone dienst I. Uitgaven van aflopend karakter ingevoegd: Afdeling I Afdeling I............. Onderafdeling IX.......... Afdeling II Afdeling II . . Onderafdeling II verhoogd verminderd met: met: ƒ 2 620 300 2 620 300 6 200 6 200 15 300 15 300 337 200 337 200 ƒ 3 000 157 200 35 000 140 000 8 000 en gebracht op: 773 000 773 000 verhoogd met: 13 798 890 1 084 000 Onderafdeling V Onderafdeling V..... Paragraaf 1 ....... Paragraaf 2 ....... Onderafdeling VI Onderafdeling VI ... . Paragraaf 1 ....... Paragraaf 2 ....... II. Kapitaalsuitgaven Afdeling II Afdeling II....... Onderafdeling VI Onderafdeling VI ... . ingevoegd: Paragraaf 2 ... . Afdeling III Afdeling III....... 884 090 764 500 119 590 11 830 800 4 800 000 7 030 800 132 000 000 132 000 000 cn gebracht op: 132 000 000 verhoogd met: 161 000 Onderafdeling V Onderafdeling V.................. 161000 Paragraaf 3.................... 11 000 Paragraaf 4 .................... 150 000

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk, 18 Juni 1953.

JULIANA.

De Minister van Financiën,

VAN DE KIEFT.

Uitgegeven de zeventiende Juli 1953.

De Minister van Justitie ,

L. A. DONKER.

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Bijl. Hand. II 52/53, 2932; Hand. II 52/53, bladz. 784; Bijl. Hand. I 52/53, 2932; Hand. I 52/53, bladz. 495.

321

BESLUIT van 27 Juni 1953 tot hernieuwde aanwijzing overeenkomstig artikel 157 van de hoger-onderwijswet van de afdeling gymnasium van het Huygens Lyceum te Voorburg.

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen van 24 April 1953, no. 324566, afdeling Voorbereidend Hoger en Middelbaar Onderwijs;

Gelet op artikel 157 van de hoger-onderwijswet;

De Raad van State gehoord (advies van 2 Juni 1953, no. 29);

Gezien het nader rapport van de voornoemde Staatssecretaris van 18 Juni 1953, no. 324566, afdeling Voorbereidend Hoger en Middelbaar Onderwijs;

Hebben goedgevonden en verstaan:

met ingang van 1 September 1953 de afdeling gymnasium van het „Huygens Lyceum” te Voorburg, uitgaande van de Vereniging „Het Huygens Lyceum te Voorburg”, gevestigd aldaar, aan te wijzen als bevoegd om, met inachtneming van de desbetreffende wettelijke voorschriften, aan de leerlingen van die afdeling, die het onderwijs tot aan het einde hebben bijgewoond, een getuigschrift van bekwaamheid tot universitaire studiën af te geven, dat met het getuigschrift, in artikel 11 van de hoger-onderwijswet vermeld, wordt gelijkgesteld.

Onze Minister van Onderwijs, Kunsten cn Wetenschappen is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst, en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk, 27 Juni 1953.

JULIANA.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen,

A. DE WAAL.

Uitgegeven de zeventiende Juli 1953.

De Minister van Justitie, L. A. DONKER.

322

WET van 18 Juni 1953 tot wijziging van de Opiumwet (Stb. 1928, 167).

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is de Opiumwet ( Staatsblad 1928, no. 167) in overeenstemming te brengen met de bepalingen van het op 26 Juni 1936 te Genève ondertekende Verdrag tot onderdrukking van de sluikhandel in verdovende middelen, zoals gewijzigd bij het op 11 December 1946 te New York ondertekende Protocol tot wijziging van de Overeenkomsten, Verdragen en Protocollen inzake verdovende middelen ( Staatsblad 1948 no. I 175), alsmede enige nadere voorzieningen te treffen ten einde een meer doeltreffende bestrijding van de ongeoorloofde handel in verdovende middelen mogelijk te maken;