Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

355

WET van 9 Juli 1953 tot vaststelling van het Twaalfde Hoofdstuk A der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1953. (Departement van Maatschappelijk Werk.)

Wü JULIANA, BIJ DE GRATIE GODS, KONINGIN DER NEDERLANDEN, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat ingevolge artikel 126 1 ) der Grondwet de algemene begrotingen van de uitgaven des Rijks door de wet moeten worden vastgesteld en dat de inrichting dier begrotingen moet geschieden met inachtneming van de bepalingen der Comptabiliteitswet (Stb. 1927, no. 259);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I

Hoofdstuk XII A der begroting van uitgaven des Rijks voor het dienstjaar 1953 betreffende het Departement van Maatschappelijk Werk, wordt vastgesteld als volgt:

TITEL A. GEWONE DIENST..........ƒ 37 852 255 TITEL B. BUITENGEWONE DIENST: I. UITGAVEN VAN AFLOPEND KARAKTER . . 33 092 305 n. KAPITAALSUITGAVEN........... 5 430 000 TITEL A. GEWONE DIENST......... 37 852 255 AFDELINGEN: I MINISTERIE............... 1 012 945 II STUDIE, PLANNING EN DOCUMENTATIE. 62 200 III WETGEVING, JURIDISCHE EN ECONOMISCHE ZAKEN............... 50 700 IV MAATSCHAPPELIJK GEZINSWERK .... 2 322 200 V MAATSCHAPPELIJK OPBOUWWERK . . . 740 400 VI ALGEMENE MAATSCHAPPELIJKE ZORG . 5 303 700 VII BIJZONDERE MAATSCHAPPELIJKE ZORG. 21 049 750 VIII MAATSCHAPPELIJK WERK VOOR NEDERLANDERS IN INDONESIË...... 5 903 400 IX VERDELING WOONRUIMTE....... 764 660 X LANDELIJK CONTACT (BUITENDIENST) . 642 300 XI COMMISSARIAAT VAN AMBONEZENZORG Nihil AFDELING I. MINISTERIE.......... 1 012 945 Onderafdeling I. ALGEMENE LEIDING ... 49 645 Artikel 1 Minister.................. 28 320 2 Personeelsuitgaven.............. 21 325 Onderafdeling II. ADMINISTRATIEVE EN HULPAFDELINGEN VAN HET MINISTERIE 644 500 3 Personeelsuitgaven.............. 644 500 Onderafdeling III. UITGAVEN VAN ALGEMENE AARD VAN HET MINISTERIE . . . 148 800 4 Toelagen aan ambtenaren aan wie buitengewone eisen worden gesteld............. 600 5 Algemene en specifieke uitgaven . . ƒ 301 100 waarvan komt ten laste van de artikelen 16, 20, 23, 32, 46, 59, 66, 70B, 72 en 80 ............ 179 200 zodat wordt uitgetrokken........... 121 900 ‘) Thans artikel 133.

6 Bijdrage aan hoofdstuk VIIB der Rijksbegroting in de kosten van de verzekering van ambtenaren bij het reizen per vliegtuig ingevolge het Koninklijk besluit van 15 Juni 1948(576. I 240)......... 500 6A Gratificatiën................ 2 500 7 Representatiekosten............. 5 000 8 Aanschaffingen voor inrichting, uitbreiding en vernieuwing ............ƒ 45 000 waarvan komt ten laste van de artikelen 18, 21, 26, 44, 55, 64, 67, 70D, 78 en 81 ............ 26 700 zodat wordt uitgetrokken........... 18 300 Onderafdeling IV. OVERIGE UITGAVEN. . . 170 000 9 Sociale lasten..........ƒ 618713 waarvan komt ten laste van de diverse artikelen voor personeelsuitgaven ............. 618 713 zodat wordt uitgetrokken........... Nihil 10 Uitkeringen op grond van artikel 63 Arbeidsovereenkomstenbesluit .............. 20 000 11 Betalingen aan Rijkspersoneel waartegenover geen arbeidsprestatie staat............. 5 000 12 Bijdragen voor inkoop van diensttijd voor pensioen. 20 000 13 Uitgaven betreffende afgesloten dienstjaren ais bedoeld in artikel 7, derde lid, der Comptabiliteitswet (Stb. 1927, no. 259)............ 75 000 14 Onvoorziene uitgaven............. 50 000 AFDELING II. STUDIE, PLANNING EN DOCUMENTATIE............... 62 20 0 15 Personeelsuitgaven.............. 50 800 16 Aandeel in de algemene en specifieke uitgaven zoals vermeld in artikel 5 ............. 5 600 17 Kosten in verband met de opleiding van personeel 5 000 18 Aandeel in de kosten van aanschaffingen voor inrichting, uitbreiding en vernieuwing, zoals vermeld in artikel 8................. 800 AFDELING III. WETGEVING, JURIDISCHE EN ECONOMISCHE ZAKEN........ 50 700 19 Personeelsuitgaven.............. 46 400 20 Aandeel in de algemene en specifieke uitgaven, zoals vermeld in artikel 5 ............ 3 700 21 Aandeel in de kosten van aanschaffingen voor inrichting, uitbreiding en vernieuwing, zoals vermeld in artikel 8................. 600 AFDELING IV. MAATSCHAPPELIJK GEZINSWERK ................ 2 322 200 Onderafdeling I. ALGEMEEN BEHEER . . . 1 456 500 22 Personeelsuitgaven.............. 93 900 23 Aandeel in de algemene en specifieke uitgaven, zoals vermeld in artikel 5 ............. 14 800 24 Uitgaven in verband met gezinsbescherming ... 1 030 500 25 Subsidie ten behoeve van maatschappelijk werk ten plattelande................. 315 000 26 Aandeel in de kosten van aanschaffingen voor inrichting, uitbreiding en vernieuwing, zoals vermeld in artikel 8 ................. 2 300

Sluiten