Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

386 WET van 30 Juli 1953 tot wijziging van het Elfde Hoofdstuk der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1953. (Departement van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening.)

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de noodzakelijkheid is gebleken van een wijziging van hoofdstuk XI (Departement van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening) der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1953, vastgesteld bij de wet van 19 Februari 1953, Stb. 105;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I

In hoofdstuk XI der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1953 worden de volgende paragraaf en het volgende artikel ingevoegd:

In: TITEL B. BUITENGEWONE DIENST I. UITGAVEN VAN AFLOPEND KARAKTER. AFDELING II. DIRECTIE VAN DE LANDBOUW. Onderafdeling I. ALGEMENE ZAKEN, vóór Paragraaf 3: Paragraaf 1. Algemeen .......ƒ 10 000 000 Artikel 341 C Op verhoging van productiviteit en rentabiliteit gerichte maatregelen in de Landbouw, te financieren met gelden van het Local Currency-Fund............ 10 000 000 Aangewezen voor toepassing van artikel 24 der Comptabiliteitswet (Stb. 1927, no. 259).

Artikel II

Tengevolge van het bepaalde in het voorgaande Artikel van deze wet wordt:

verhoogd en mitsdien ^ met: gebracht op: Ge Buitengewone dienst T Uitgaven van aflopend karakter . ƒ 10 000 000 ƒ 19 168 000 Buitengewone dienst. L Uitgaven van aflopend karakter Afdeling II. Afdeling II......... 10 000 000 19 164 700 Onderafdeling I. Onderafdeling I........ 10 000 000 11 855 300 ingevoegd: en gebracht op: Paragraaf 1......... 10 000 000 Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,

Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk, 30 Juli 1953.

JULIANA.

De Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening,

MANSHOLT.

Uitgegeven de veertiende Augustus 1953.

De Minister van Justitie a.i., BEEL.

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Bijl. Hand. II 52/53, 2970; Hand. II 52/53, bladz. 3726 t/m 3727; Bijl. Hand. I 52/53, 2970; Hand. I 52/53, bladz. 3433.

BESLUIT van 13 Juli 1953 tot wijziging van het Werktijdenbesluit voor koffiehuis- en hotelpersoneel 1949.

387

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken van 29 Mei 1953, No. 1248, Afdeling Arbeidersbescherming;

Gelet op de artikelen 62, 68, elfde lid, 91 en 98 bis, derde lid, der Arbeidswet 1919;

De Raad van State gehoord (advies van 23 Juni 1953, No. 18);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken van 4 Juli 1953, No. 1487, Afdeling Arbeidersbescherming;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

Artikel 5 van het Werktijdenbesluit voor koffiehuis- en hotelpersoneel 1949 wordt gewijzigd als volgt:

Het tweede en derde lid worden gelezen:

„2. Een man, zijnde een nachtwaker, wiens arbeid uitsluitend of in hoofdzaak bestaat in het verrichten van bewakingsdiensten, mag, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, gedurende ten hoogste twaalf uren per dag en zeventig uren per week arbeid verrichten, mits:

a. hij een dagelijkse, onafgebroken rusttijd geniet van ten minste elf uren;

b. tussen begin en einde van een bewakingsdienst ten hoogste twaalf uren zijn gelegen.

3. Vrouwen, die een huishouding te verzorgen hebben, mogen — onverminderd het bepaalde in artikel 7 — in een koffiehuis of een hotel geen arbeid verrichten:

a. op Zondag, anders dan gedurende ten hoogste vijf achtereenvolgende uren, welke tussen 7 en 21 uur zijn gelegen;

b. op werkdagen tussen 21 en 5 uur.”.

In het vierde lid, onder II, wordt aan het slot in plaats van het zinsdeel „niet langer dan tot dit tijdstip, doch in geen geval na 5.15 uur” gelezen: „niet langer dan tot 15 minuten na dit tijdstip, doch in geen geval na 5.15 uur”.

Sluiten