Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

WET van 30 Juli 1953, houdende voorzieningen naar aanleiding van het Koninklijk besluit van 1 September 1952, Stb. 460, voor zover betreft het daarbij ingestelde Departement van Maatschappelijk Werk.

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het nodig is wettelijke voorzieningen te treffen naar aanleiding van Ons besluit van 1 September 1952, Stb. 460, voor zover betreft het daarbij ingestelde Departement van Maatschappelijk Werk;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I

Waar in wetten, besluiten, beschikkingen en akten — voor zover zij betreffen de onderwerpen, waarvan de zorg bij punt 2 van Ons besluit van 1 September 1952, Stb. 460, is overgedragen aan de Minister van Maatschappelijk Werk — wordt genoemd Onze Minister van Binnenlandse Zaken, van Sociale Zaken en Volksgezondheid of voor Uniezaken en Overzeese Rijksdelen, wordt daaronder verstaan Onze Minister van Maatschappelijk Werk.

Artikel II

Het beheer van de hoofdstukken V, XII, XIII A en XIII B der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1951 wordt zonder beperking uitgeoefend respectievelijk door Onze Minister van Binnenlandse Zaken, van Sociale Zaken en Volksgezondheid en van Overzeese Rijksdelen.

Artikel III

1. De begroting van uitgaven des Rijks voor het dienstjaar 1952, betreffende het Departement van Maatschappelijk Werk, wordt, als Hoofdstuk XII A, vastgesteld als volgt:

TITEL A. GEWONE DIENST......ƒ 32 934 350 TITEL B. BUITENGEWONE DIENST: I- UITGAVEN VAN AFLOPEND KARAKTER . 29 935 900 H. KAPITAALSUITGAVEN.......... 2 535 000 TITEL A, GEWONE DIENST...... 32 934 350 AFDELINGEN: I MINISTERIE............... 2 486 200 Oud-Hoofdstuk V VIII MAATSCHAPPELIJKE ZORG....... 27 354 900 Oud-Hoofdstuk XII IX SOCIALE BIJSTAND ........... 1 555 500 Oud-Hoofdstuk XIII A IV ALGEMENE VOORZIENINGEN TEN BEHOEVE VAN NEDERLANDERS IN INDONESIË................... 1 500 000

Oud-Hoofdstuk XIII B II SOCIALE- EN AMBTENARENZAKEN ... 25 000 III MILITAIRE ZAKEN............ 12 750 AFDELING I. MINISTERIE........ 2 486 200 Onderafdeling I. ALGEMENE LEIDING . . 349 100 Artikel 1 Minister.................. 8 100 2 Personeelsuitgaven.............. 341 000 Onderafdeling II. UITGAVEN VAN ALGEMENE AARD VAN HET MINISTERIE . . 95 500 3 Algemene uitgaven.............. 15 000 4 Representatiekosten............. 500 5 Aanschaffingen voor inrichting, uitbreiding en vernieuwing .................. 35 000 6 Subsidiën en overige uitgaven in verband met coördineren en stimuleren van sociaal werk .... 20 000 7 Maatschappelijk werk ten behoeve van blinden Memorie 8 Kosten van geneeskundige behandeling enz. van exK.N.I.L.-militairen in gevallen waar hierin niet op andere wijze is voorzien............ 25 000 Onderafdeling III. OVERIGE UITGAVEN. . 2 041 600 9 Sociale lasten..........ƒ 509 851 waarvan komt ten laste van de diverse artikelen voor personeelsuitgaven ............. 509 851 zodat wordt uitgetrokken.......... Nihil 10 Uitkeringen op grond van artikel 63 van het Arbeidsovereenkomstenbesluit .......... 30 000 11 Betalingen aan Rijkspersoneel, waartegenover geen arbeidsprestatie staat............. 15 000 12 Bijdragen voor inkoop van diensttijd voor pensioen. 20 000 13 Uitgaven betreffende afgesloten dienstjaren, als bedoeld in artikel 7, derde lid, der Comptabiliteitswet (Stb. 1927, no. 259)............ 1 670 000 14 Uitgaven betreffende afgesloten dienstjaren, waarvoor op het tijdstip der afsluiting van de dienst, waartoe zij behoorden, op de artikelen, ten laste waarvan zij bij tijdige verevening gebracht hadden moeten worden, de nodige gelden niet beschikbaar waren................... 276 600 15 Onvoorziene uitgaven............. 30 000 Oud-Hoofdstuk V AFDELING VIII. MAATSCHAPPELIJKE ZORG................... 27 354 900 Onderafdeling I. ALGEMEEN BEHEER . . . 14 588 600 86 Personeelsuitgaven.............. 240 000 87 Rijksbijdrage in de kosten der gemeenten bij de uitvoering van de wet tot bevordering van doelmatige verdeling van woongelegenheid......... 150 000 88 Rijksbijdragc in de kosten der gemeenten bij het vrijwillig beschikbaar stellen van woonruimte. . . 400 000 89 Kosten van de beroepscommissies ingevolge de wet tot bevordering van doelmatige verdeling van woongelegenheid ................. 15 000 90 Bijdrage aan hoofdstuk X der Rijksbegroting in de kosten van de Rijksberoepscommissiën inzake Vorderingswetten................ 7 500 91 Garantie door het Rijk aan de Stichting Interlocale Woningruilcentrale in verband met een eventueel exploitatietekort.............. Memorie

Sluiten