Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

424

WET van 7 Augustus 1953, houdende machtiging van de Algemene Rekenkamer om op te treden als onafhankelijk contröle-orgaan voor de Nederlandse- Antillen.

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de Landsregering van de Nederlandse Antillen de wens heeft te kennen gegeven, dat de Nederlandse Algemene Rekenkamer voorlopig zal optreden als onafhankelijk orgaan, als bedoeld in artikel 163 der Landsregeling van de Nederlandse Antillen, voor dat gebied;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Enig artikel. De Algemene Rekenkamer aanvaardt een haar ingevolge artikel 163 der Landsregeling van de Nederlandse Antillen bij of krachtens Landsverordening verstrekte opdracht om op te treden als onafhankelijk orgaan, als bedoeld in dat artikel, voor de Nederlandse Antillen.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle iMinisteriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk, 7 Augustus 1953.

JULIANA.

De Minister van Overzeese Rijksdelen,

W. J. A. KERNKAMP.

Uitgegeven de acht en twintigste Augustus 1953.

De Minister van Justitie, L. A. DONKER.

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Bijl. Hand. II 52/53, 3049; Hand. II 52/53, bladz. 938; Bijl. Hand. I 52/53, 3049; Hand. I 52/53, bladz. 516.

425

WET van 7 Augustus 1953, houdende nadere wijziging van het Achtste Hoofdstuk B der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1952 (Departement van Marine). (Grondaankoop t.b.v. marinehospitaal.)

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de noodzakelijkheid is gebleken van een wijziging van hoofdstuk VIII B (Departement van Marine) der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1952, vastgesteld bij de wet van 14 Maart 1952, Stb. 119, zoals het is gewijzigd;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I

In hoofdstuk VIII B der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1952 worden de volgende afdeling, onderafdeling en het daarbij behorende artikel ingevoegd:

In: TITEL B. BUITENGEWONE DIENST II. KAPITAALSUITGAVEN

achter artikel 113: AFDELING VI. GENEESKUNDIGE DIENST ƒ 250 000 Onderafdeling II. HOSPITALEN EN KLINIEKEN .............. 250 000 Artikel 113a Materiële uitgaven........... 250 000 Aangewezen voor toepassing van artikel 24 der Comptabiliteitswet (Stb. 1927, no. 259).

Artikel II

Het volgende artikel van voormeld hoofdstuk wordt gelezen als volgt:

TITEL A. GEWONE DIENST

AFDELING VI. GENEESKUNDIGE DIENST Onderafdeling II. HOSPITALEN EN KLINIEKEN 88 Materiële uitgaven.......ƒ 780 000 waarvan komt ten laste van de buitengewone dienst (artikel 113a) . . 250 000 zodat wordt uitgetrokken.........ƒ 530 000 Aangewezen voor toepassing van artikel 24 der Comptabiliteitswet (Stb. 1927, no. 259).

Artikel III

Ten gevolge van het bepaalde in de voorgaande Artikelen van deze wet wordt: verhoogd met: de Buitengewone dienst II. Kapitaalsuitgaven...........ƒ 250 000 Buitengewone dienst II. Kapitaalsuitgaven ingevoegd: en gebracht op: Afdeling VI Afdeling VI............... 250 000 Onderafdeling II............ 250 000

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk, 7 Augustus 1953.

JULIANA.

De Minister van Marine,

C. STAF.

Uitgegeven de acht en twintigste Augustus 1953.

De Minister van Justitie, L. A. DONKER.

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Bijl. Hand. II 52/53, 2817; Hand. II 52/53, bladz. 663—668 en 926— 930; Bijl. Hand. I 52/53, 2817; Hand. I 52/53, bladz. 523—524.

Sluiten