Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1. De Herverkavelingswet Walcheren 1947 is van toepassing op het eiland Schouwen en Duiveland, het eiland Tholen, het deel van het eiland Zuid-Beveland ten zuiden van een lijn over de plaatsen Borsele en ’s-Gravenpolder, alsmede op de polder Waarde met inbegrip van de kadastrale percelen in de polder Kruiningen, welke worden doorsneden door de nieuwe Kadijk, met dien verstande, dat daarbij:

le. in afwijking van het bepaalde in artikel 1 aanhef en onder 2e en 5e van die wet wordt verstaan onder:

a. blok: geheel van onroerende goederen, begrepen in de herverkaveling van een hierboven genoemd gebied;

b. herverkavelingscommissie: de commissie, belast met de leiding en uitvoering van de herverkaveling van een hierboven genoemd gebied;

2e. waar in die wet gesproken wordt van bezettings- of oorlogshandelingen, daarvoor wordt gelezen: de watersnood in Februari 1953;

3e. Onze Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening één of meer agrarische sub-commissies van een herverkavelingscommissie zal kunnen instellen en daarin ook leden buiten de herverkavelingscommissie zal kunnen benoemen;

4e. de vaststelling van de instructie, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van die wet, geschiedt na overleg met de centrale commissie, bedoeld in artikel 8 van de Ruilverkavelingswet 1938 en dat daarin ook de taak en de werkwijze der agrarische sub-commissies zullen worden geregeld;

5e. in afwijking in zoverre van het bepaalde in artikel 22, derde lid, van die wet, de in dat artikel bedoelde schatting van gronden, welke op 1 Februari 1953 waren begrepen in een ruilverkaveling als bedoeld in titel III van de Ruilverkavelingswet 1938, geschiedt naar de toestand, waarin die gronden zich vóór de ruilverkaveling bevonden.

Artikel 2. De ruilverkavelingen, welke op 1 Februari 1953 op het eiland Schouwen en Duiveland in uitvoering waren, worden niet voortgezet. De reeds gemaakte kosten komen ten laste van het Rijk.

Artikel 3. 1. Deze wet kan worden aangehaald als „Herverkavelingswet Noodgebieden”.

2. Zij treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin zij is geplaatst.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk, 7 Augustus 1953.

JULIANA.

De Minister van Landbouw, Visserij

en Voedselvoorziening a.i.,

C. STAF.

De Minister van Financiën,

VAN DE KIEFT.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

J. ALGERA.

Uitgegeven de achtste September 1953.

De Minister van Justitie, L. A. DONKER.

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Bijl. Hand. II 52/53, 2973; Hand. II 52/53, bladz. 3727—3742; B(jl. Hand. I 52/53, 2973; Hand. I 52/53, bladz. 3449—3451.

445

BESLUIT van 20 Augustus 1953, houdende nadere wijziging van het Koninklijk besluit van 19 November 1947, Stb. H 368, tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, der Noodwet Ouderdomsvoorziening (gelijkstelling van niet-Nederlanders met Nederlanders).

Wn JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 9 Juli 1953, No. 3737, Afdeling Sociale Verzekering;

. Gelet op artikel 4, tweede lid, der Noodwet Ouderdomsvoorziening;

De Raad van State gehoord (advies van 28 Juli 1953, No. 13);

Gezien het nader rapport van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, dd. 13 Augustus 1953, No. 4519, Afdeling Sociale Verzekering;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel I

Het Koninklijk besluit van 19 November 1947, Stb. H 368, tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, der Noodwet Ouderdomsvoorziening, zoals dat besluit laatstelijk is gewijzigd bij Ons besluit van 20 Februari 1952, Stb. 76, wordt nader gewijzigd als volgt:

Artikel 1, onder b., wordt gelezen als volgt:

„b. niet-Nederlanders, niet bedoeld onder a., die onafgebroken hier te lande hun woonplaats hebben gehad gedurende tenminste twintig jaren, onmiddellijk voorafgaande aan de dag van indiening der aanvraag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, der Noodwet Ouderdomsvoorziening.”.

Artikel n

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag der kalendermaand, volgende op die van zijn afkondiging in het Staatsblad.

Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk, 20 Augustus 1953.

JULIANA.

De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

J. G. SUURHOFF.

Uitgegeven de achtste September 1953.

De Minister van Justitie,

L. A. DONKER.

Sluiten