Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

446

WET van 7 Augustus 1953 tot regeling aangaande enkele rechtshandelingen met betrekking tot landbouwgronden. (Wet op de vervreemding van landbouwgronden.)

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het gewenst is regelen te stellen aangaande enkele rechtshandelingen met betrekking tot landbouwgronden;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

TITEL I

Inleidende bepalingen

Artikel 1. 1. Deze wet verstaat onder:

1°. land:

grond, waarop enige vorm van landbouw wordt of onmiddellijk kan worden uitgeoefend;

2°. landbouw:

a. akkerbouw; b. weidebouw; c. veehouderij; d. pluimveehouderij; e. tuinbouw, daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen; ƒ. teelt van griendhout; g. elke andere tak van bodemcultuur met uitzondering van bosbouw;

3°. zakelijk recht: het recht van erfpacht, opstal, beklemmirg of vruchtgebruik; 4°. zakelijk gerechtigde: de erfpachter, opstalhouder, beklemde meier of vruchtgebruiker; 5°. tegenpraestatie: de prijs, welke voor het land of het zakelijk recht op het land verschuldigd is.

2. In deze wet worden onder land mede verstaan:

a. de opstallen, welke zijn ingericht voor en dienen tot de uitoefening van de landbouw; b. de bij een landbouwbedrijf behorende woningen; c. de bij een landbouwbedrijf behorende erven en andere gronden met inbegrip van de zich daarop bevindende houtopstanden.

Artikel 2. 1 . Deze wet is niet van toepassing op land, hetwelk een gebruikseenheid vormt met een niet bij een landbouwbedrijf behorende woning of andere opstal en een oppervlakte van 25 are niet te boven gaat.

2. De Grondkamer is bevoegd deze wet niet van toepassing te verklaren op de overdracht van of op de vestiging van een zakelijk recht op land, hetwelk een gebruikseenheid vormt met ee n niet bij een landbouwbedrijf behorende woning of andere opstal en een oppervlakte van 25 are te boven gaat.

TITEL II

Overdracht van land en de vestiging, wijziging, verlenging of overdracht van een zakelijk recht op land

Artikel 3. 1. Een overeenkomst:

a. tot overdracht van land; b. tot vestiging, wijziging, verlenging of overdracht van een zakelijk recht op land behoeft de goedkeuring van de Grondkamer.

2. De in het vorige lid bedoelde goedkeuring is niet vereist voor:

a. verkoop in het openbaar;

b. een overeenkomst tot vestiging van een zakelijk recht op land, voorzover op zodanige overeenkomst artikel 2 van het Pachtbesluit van toepassing is;

c. een overeenkomst tussen medegerechtigden, waarop de regelen van de boedelscheiding van toepassing zijn, tenzij de medeeigendom minder dan zes jaren voor de datum van indiening van het verzoek, bedoeld in artikel 4, onder bijzondere titel is verkregen;

d. een overeenkomst tot overdracht van land of tot vestiging, wijziging, verlenging of overdracht van een zakelijk recht op land, tussen echtgenoten en bloed- of aanverwanten in de rechte lijn.

Artikel 4. 1. Het verzoek om goedkeuring wordt door een notaris ingediend op een bij de Grondkamer verkrijgbaar formulier en onder overlegging van drie afschriften van de akte, inhoudende de overeenkomst tot overdracht van land of tot vestiging, wijziging, verlenging of overdracht van een zakelijk recht op land, of van het ontwerp van zodanige akte, alsmede van een kadastrale kaart van het onroerend goed, waarop het verzoek om goedkeuring betrekking heeft.

2. Indien de overeenkomst verpacht land betreft, is de eigenaar of de zakelijk gerechtigde verplicht de naam en het adres van de pachter in het formulier op te geven.

3. Het in het eerste lid bedoelde formulier wordt door Onze Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening vastgesteld.

Artikel 5. 1. Onze Minister van Justitie kan anderen dan notarissen bevoegd verklaren het verzoek bij de Grondkamer in te dienen.

2. De beschikking wordt in de Nederlandse Staatscourant bekend gemaakt.

Artikel 6. 1. Voor de bepaling van de hoogst toelaatbare tegenpraestatie wordt uitgegaan van de netto pachtwaarde.

2. Bij algemene maatregel van bestuur worden algemene regelen gesteld ten aanzien van de hoogst toelaatbare tegenpraestatie.

3. Alvorens Ons de voordracht tot een algemene maatregel van bestuur wordt gedaan, worden de door Ons aan te wijzen lichamen als bedoeld in artikel 66, tweede lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie en andere organisaties in de gelegenheid gesteld over het ontwerp daarvan hun mening kenbaar te maken.

Artikel 7. 1. Met inachtneming van de in het vorige artikel bedoelde regelen stellen de Grondkamers, ieder voor haar gebied, onder goedkeuring van Onze Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening ten aanzien van de tegenpraestatie jaarlijks bij besluit normen vast.

2. De besluiten worden in de Nederlandse Staatscourant bekend gemaakt.

Sluiten