Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AFDELING III

OPLEIDING VOOR EEN BEWIJS VAN BEVOEGDHEID

Artikel 51

Vergunning voor opleiding

1. Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister een school voor de opleiding tot bestuurder van vliegtuigen op te richten of te houden of op andere wijze personen tegen betaling onderwijs te geven in het besturen van vliegtuigen.

2. Bij de beoordeling van de vraag of vergunning zal worden verleend, zal Onze Minister rekening houden met de behoefte aan nieuwe gelegenheid tot zodanige opleiding.

3. Onze Minister is bevoegd aan de in lid 1 bedoelde vergunning voorwaarden te verbinden, waaronder niet mogen ontbreken voorwaarden met betrekking tot de leeftijd van de leerlingen, de geschiktheid dergenen, die onderwijs geven in het besturen van vliegtuigen, de bij de opleiding te bezigen vliegtuigen en het toezicht op die opleiding.

Artikel 52

Erkenning van een opleiding

Door of vanwege Onze Minister kan een opleiding voor het examen ter verkrijging van een bewijs van bevoegdheid worden erkend. Aan degenen, die een zodanige erkende opleiding hebben gevolgd, worden de in Bijlage III gestelde lagere eisen voor de ervaring gesteld.

AFDELING IV

UITOEFENING VAN HET TOEZICHT BUITEN HET RIJK IN EUROPA

Artikel 53

Met afwijking voor zover nodig van de bepalingen van dit hoofdstuk kunnen in de gevallen, waarin houders van een bewijs van bevoegdheid zich buiten het Rijk in Europa bevinden, de bevoegdheden, welke met betrekking tot de beoordeling van de geschiktheid van deze houders en tot het schorsen en het verlengen van de termijn van geldigheid van die bewijzen zijn toegekend aan de autoriteiten hier te lande, worden uitgeoefend door of vanwege het bevoegde gezag van het land of het grondgebied, waar die houders zich bevinden, mits met het bevoegde gezag van het betrokken land of grondgebied terzake een regeling is getroffen. Die regeling wordt in de Staatscourant bekend gemaakt.

AFDELING V

SAMENSTELLING VAN DE BEMANNING VAN EEN LUCHTVAARTUIG

Artikel 54

Aanwijzing gezagvoerder

1. Indien de bemanning van een luchtvaartuig uit meer dan één lid bestaat, moet de houder een bestuurder, die bevoegd is op dat luchtvaartuig dienst te doen als eerste bestuurder, aanwijzen als gezagvoerder en hiervan vóór de aanvang van elke reis aantekening stellen dan wel doen stellen in het journaal. Dezelfde verplichting geldt in geval van wijziging van de aanwijzing van de gezagvoerder gedurende de reis.

2. Houder in de zin van dit artikel is hij, die recht van gebruik heeft van een luchtvaartuig anders dan ingevolge een hem in dienstverband verstrekte opdracht.

3. Het is verboden zich als lid van de bemanning aan boord van een luchtvaartuig te bevinden, indien niet aan het bepaalde in lid 1 is voldaan.

4. Indien niet aan het bepaalde in lid 1 is voldaan, is de eerste bestuurder gezagvoerder.

Artikel 55

1. De bemanning van een verkeersluchtvaartuig moet met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden bij elke

vlucht zodanig zijn samengesteld, dat rekening is gehouden met de daaromtrent op het bewijs van luchtwaardigheid gestelde bepalingen, alsmede met bijzondere omstandigheden, welke ten aanzien van de vlucht optreden of verwacht kunnen worden. De houder van het luchtvaartuig moet hieromtrent richtlijnen opstellen, welke door of vanwege Onze Minister moeten worden goedgekeurd.

2. Houder in de zin van dit artikel is hij, die recht van gebruik heeft van een luchtvaartuig anders dan ingevolge een hem in dienstverband verstrekte opdracht.

3. Op alle verkeersvluchten, waarop de navigatie onvoldoende kan worden gevoerd met hulpmiddelen op de grond, moet tenminste één lid der bemanning houder zijn van een bewijs van bevoegdheid als navigator.

4. De bemanning van een verkeersluchtvaartuig moet tenminste omvatten een houder van een bewijs van bevoegdheid als boordtelegrafist of als boordtelefonist.

5. Het is verboden zich als gezagvoerder aan boord van een verkeersluchtvaartuig te bevinden, indien ten aanzien van dat luchtvaartuig niet is voldaan aan het bepaalde in de vorige leden.

Artikel 56

Van de bepalingen van deze afdeling kan door of vanwege Onze Minister geheel of gedeeltelijk ontheffing worden verleend.

Artikel V

In Hoofdstuk V van de Regeling Toezicht Luchtvaart wordt de volgende wijziging aangebracht:

Artikel 87 wordt gelezen:

Artikel 87

1. Onderhoudswerkzaamheden aan een verkeersvliegtuig moeten worden uitgevoerd onder toezicht van een houder van een geldig bewijs van bevoegdheid als grondwerktuigkundige. Omtrent alle onderhoudswerkzaamheden aan een verkeersvliegtuig moet in het vliegtuigboek een door vorenbedoelde persoon ondertekend verslag worden gesteld.

Onder onderhoudswerkzaamheden wordt in dit artikel verstaan: het schoonmaken en inspecteren van het vliegtuig, het verwisselen van complete motoren, luchtschroeven, hulpwerktuigen, instrumenten en dergelijke delen van het vliegtuig, alsmede het opsporen en verhelpen van storingen in vorenbedoelde delen; voorts het uitvoeren van kleine herstellingen en kleine wijzigingen en het beproeven van de installaties van het vliegtuig.

2. Aan een verkeersvliegtuig moeten periodiek onderhoudswerkzaamheden geschieden. Deze werkzaamheden moeten worden uitgevoerd overeenkomstig werkwijzen en aanwijzingen, welke door de Inspecteur zijn goedgekeurd of vastgesteld. Een verklaring, dat overeenkomstig het vorenstaande is gehandeld, hierna verder aangeduid met onderhoudsverklaring, moet in tweevoud worden opgesteld. Deze onderhoudsverklaring, welke een door de Inspecteur goedgekeurde geldigheidsduur heeft, moet worden ondertekend door de houder van een bewijs van bevoegdheid als grondwerktuigkundige met de bevoegdheid A.

3. De onderhoudsverklaring wordt geacht niet geldig te zijn, indien:

a. storingen of beschadigingen zijn opgetreden in installaties of onderdelen van het vliegtuig, waardoor de veilige uitvoering van de vlucht niet meer verzekerd is, dan wel

b. de geldigheidsduur is verlopen.

In de onder a bedoelde gevallen wordt de onderhoudsverklaring geacht weer geldig te zijn, nadat de storingen zijn verholpen, onderscheidenlijk de beschadigingen zijn hersteld en zonodig bij een proefvlucht is gebleken, dat het vliegtuig m orde is.

4. De gezagvoerder van een verkeersvliegtuig draagt zorg, dat tijdens elke verkeersvlucht een exemplaar van de onderhoudsverklaring aan boord aanwezig is. Het andere exempla ar

Sluiten