is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1953, no. 400-501, 01-01-1953

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

463

BESLUIT van 3 September 1953 tot toekenning van een gratificatie aan burgemeesters over 1953.(Gratificatiebesluit burgemeesters 1953.)

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken a.i. van 20 Juli 1953, No. U 6212, afdeling Binnenlands Bestuur (bureau Kabinetszaken);

Gelet op artikel 125, eerste lid, der Ambtenarenwet 1929;

De Raad van State gehoord (advies van 25 Augustus 1953, No. 13);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 29 Augustus 1953, No. 6736, afdeling Binnenlands Bestuur (bureau Kabinetszaken);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1. 1. Zij, die van 1 Januari 1953 tot 1 Juli van dat jaar ononderbroken, al dan niet als burgemeester, in Overheidsdienst werkzaam zijn geweest en op 1 Juli 1953 het burgemeestersambt bekleedden, genieten over het jaar 1953 een gratificatie uit de gemeentekas, ten bedrage van 2 ten honderd van de bezoldiging, berekend over het gehele jaar.

2. Zij, die op 1 Juli 1953 het burgemeestersambt bekleedden doch niet vanaf 1 Januari van dat jaar ononderbroken in Overheidsdienst werkzaam zijn geweest, ontvangen voor elke volle maand, die zij gedurende het tijdvak van 1 Januari 1953 tot 1 Juli 1953 in Overheidsdienst werkzaam zijn geweest een zesde gedeelte van de in het eerste lid bedoelde gratificatie.

3. Onder bezoldiging wordt verstaan: de bezoldiging in de zin van het Bezoldigingsbesluit burgemeesters 1948, vermeerderd met de toelage in de zin van artikel 1 van het Toelagebesluit burgemeesters 1951, sedert gewijzigd.

4. Wanneer dezelfde persoon burgemeester is van twee of meer gemeenten komt de gratificatie in verhouding tot het inwonertal, naar boven afgerond op een veelvoud van 100, ten laste van elke gemeente.

Artikel 2. Dit besluit kan worden aangehaald als „Gratificatiebesluit burgemeesters 1953”.

Het treedt in werking met ingang van de tweede dag, volgende op die van de dagtekening van het Staatsblad, waarin het is geplaatst.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk, 3 September 1953.

JULIANA.

^e Minister van Binnenlandse Zaken,

BEEL.

Uitgegeven de negen en twintigste September 1953.

De Minister van Justitie, L. A. DONKER.

464

BESLUIT van 10 September 1953 tot hernieuwde aanwijzing overeenkomstig artikel 157 van de hoger-onderwijswet van de afdeling gymnasium van het R.-K. Lyceum te Hilversum.

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau enz., enz., enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen van 23 Juli 1953. no. 344131, afdeling Voorbereidend Hoger en Middelbaar Onderwijs;

Gelet op artikel 157 van de hoger-onderwijswet;

De Raad van State gehoord (advies van 18 Augustus 1953, no. 18);

Gezien het nader rapport van de voornoemde Staatssecretaris van 21 September 1953, no. 344131 II, afdeling Voorbereidend Hoger en Middelbrar Onderwijs;

Hebben goedgevonden en verstaan:

met ingang van 1 September 1953 de afdeling gymnasium van het R.-K. Lyceum te Hilversum, uitgaande van de Stichting „R.-K. Lyceum voor het Gooi”, gevestigd te Hilversum, aan te wijzen als bevoegd om, met inachtneming van de desbetreffende wettelijke voorschriften, aan de leerlingen van die afdeling, die het onderwijs tot aan het einde hebben bijgewoond, een getuigschrift van bekwaamheid tot universitaire studiën af te geven, dat met het getuigschrift, in artikel 11 van de hoger-onderwijswet vermeld, wordt gelijkgesteld.

Onze Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst, en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Amsterdam, 10 September 1953.

JULIANA.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten

en Wetenschappen,

A. DE WAAL.

Uitgegeven de negen en twintigste September 1953.

De Minister van Justitie,

L. A. DONKER.

465

BESLUIT van 5 September 1953, waarbij van het Veertiende Hoofdstuk der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1952 (Onvoorziene uitgaven) een bedrag van f. 13.692.050 ,— wordt overgeschreven naar het Elfde Hoofdstuk van dezelfde begroting (Departement van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening).

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 19 Augustus 1953, no. 207, afdeling Comptabiliteit;

Gelet op de wetten van 20 December 1951, Stb. 576 en 21 Maart 1952, Stb. 133, tot vaststelling van respectievelijk de hoofdstukken XIV en XI der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1952, zoals deze zijn gewijzigd;