Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 3. 1. Het examen voor het politiediploma A en dat voor het politiediploma Aa, omvat de vakken, vermeld in het als bijlage I bij dit besluit gevoegde programma.

2. Het examen voor het politiediploma B omvat de vakken, vermeld in het als bijlage II bij dit besluit gevoegde programma.

Artikel 4. Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken geven bij gemeenschappelijke beschikking nadere voorschriften met betrekking tot de in het voorgaande artikel bedoelde examens. In deze voorschriften wordt tevens bepaald, op grond van welke gebleken, meer dan voldoende, bekwaamheid het diploma Aa wordt uitgereikt.

Artikel 5. 1. De examens, bedoeld in artikel 3, worden afgenomen door commissies, benoemd door Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken.

2. De leden der examencommissies genieten een door Onze Ministers van Justitie, van Binnenlandse Zaken en van Financiën vastgestelde vergoeding.

Artikel 6. 1. Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken wijzen de plaatsen aan, waar de examens worden afgenomen.

2. Zij kunnen jaarlijks een bedrag voor het examengeld vaststellen. De politie-ambtenaar, deelnemende aan het examen, ontvangt van Rijkswege een reisorder voor de reis van en naar zijn standplaats.

3. De kosten der examens komen ten laste van de hoofdstukken IV en V der Rijksbegroting in een verdeling naar evenredigheid van het aantal deelnemers, onderscheidenlijk van het Korps Rijkspolitie en van de gemeentepolitie, en voor wat betreft deelnemers niet behorend tot het Korps Rijkspolitie of de gemeentepolitie, naar evenredigheid van de toegestane maximumsterkte van genoemd korps en van de gemeentepolitie. De verdeling der baten geschiedt op dezelfde voet. Het comptabel beheer berust bij Onze Minister van Justitie.

Artikel 7. Het programma van het examen voor het ingevolge artikel 1, eerste lid, vereiste politievaardigheidsdiploma wordt vastgesteld door Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken. De artikelen 4, eerste volzin, 5 en 6 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8. De politie-ambtenaar, die de wens daartoe te kennen geeft, wordt, eenmaal per kalenderjaar, in de gelegenheid gesteld examen af te leggen in een of meer talen, aangewezen door Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken. Dit examen wordt afgenomen overeenkomstig het als bijlage III bij dit besluit gevoegde programma. De artikelen 4, eerste volzin, 5 en 6 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9. 1. Met het politiediploma A, bedoeld in artikel 1, eerste lid, worden gelijkgesteld:

I. a. het politiediploma der Centrale van Politieorganisaties, behaald voor 1 Januari 1954;

b. het politiediploma van de voormalige Algemene Bond van Politiepersoneel in Nederland, van de voormalige Algemene Nederlandse Politiebond, van de Bond van Christelijke Politieambtenaren in Nederland of van de Stichting voor de Politievakopleiding van de Nederlandse Rooms-Katholieke Politiebond Sint Michaël, behaald voor 1 Maart 1943;

II. het (voor zover het betreft punt d door de Inspecteur van het Politieonderwijs geviseerde) bewijs van het met gunstig gevolg deelnemen aan het examen na afloop van:

a. de cursus voor rijksveldwachter aan de Rijkspolitieschool te Amsterdam voor 10 Mei 1940;

b. de eerste zesmaandse opleidingscursus voor marechaussee aan het depot der Koninklijke Marechaussee te Apeldoorn voor 10 Mei 1940;

c. een gewestelijke centrale cursus van het Korps Rijkspolitie te Groningen, Bilthoven of Berg en Dal voor wachtmeester

der Rijkspolitie le klasse na 5 Mei 1945 en voor 1 Mei 1948;

d. de eerste opleidingscursus aan de opleidingsschool der Rijkspolitie te Nistelrode na 1 Januari 1952 en voor 1 Januari 1954;

III. het voor 1 Maart 1943 behaalde bewijs van het met gunstig gevolg deelnemen aan het examen (eventueel aan dat na afloop van de cursus) voor agent van gemeentepolitie te:

a. Amsterdam; b. ’s-Gravenhage; c. Rotterdam; d. Utrecht; e. Groningen;

IV. het na 5 Mei 1945 en voor 1 Januari 1954 behaalde, door de Inspecteur van het Politieonderwijs geviseerde, diploma voor agent van gemeentepolitie te:

a. Amsterdam (diploma A); b. ’s-Gravenhage (diploma A); c. Rotterdam (diploma A); d. Haarlem; e. Groningen.

2. Met het politiediploma Aa, bedoeld in artikel 1, tweede lid, worden gelijkgesteld:

I. de in het eerste lid genoemde diploma’s en bewijzen, voor zover behaald met gemiddeld een ruim voldoende cijfer voor alle vakken, met uitzondering van het proces-verbaal terzake van misdrijf, indien hiervoor geen ruim voldoende cijfer is toegekend, mits voor de schriftelijk geëxamineerde vakken geen lager cijfer dan voldoende is toegekend, en niet meer dan een onvoldoende, doch niet lager dan onvoldoende, is toegekend;

II. de in het eerste lid genoemde diploma’s of be vijzen, behaald voor 1 Maart 1943 door hen, die op 1 Januari 1947 in dienst waren bij het Korps Rijkspolitie of de gemeentepolitie en sedertdien in dienst bij het Korps Rijkspolitie en/of de gemeentepolitie zijn gebleven;

III. het bewijs van het na 1 Juni 1940 en voor 1 Juni 1942 met gunstig gevolg afgelegde examen voor wachtmeester der marechaussee.

3. Met het politiediploma B, bedoeld in artikel 1, derde lid, worden gelijkgesteld:

I. a. het politiediploma met de aantekening „met lof” van de Centrale van Politieorganisaties, behaald voor 1 Januari 1954;

b. het politiediploma met de aantekening „met lof” van de voormalige Algemene Bond van Politiepersoneel in Nederland, van de voormalige Algemene Nederlandse Politiebond, van de Bond van .Christelijke Politieambtenaren in Nederland of van de Stichting voor de Politievakopleiding van de Nederlandse Rooms-Katholieke Politiebond Sint Michaël, behaald voor 1 Maart 1943;

II. a. het bewijs van het voor 1 Juni 1940 met gunstig gevolg afgelegde examen voor wachtmeester der Koninklijke Marechaussee;

b. het bewijs van het voor 15 Mei 1940 met gunstig gevolg afgelegde examen voor brigadier der Rijksveldwacht;

III. a. het bewijs van het voor 1 Maart 1943 met gunstig gevolg afgelegde examen voor brigadier van gemeentepolitie te Amsterdam, ’s-Gravenhage of Rotterdam;

b. het voor 1 Juli 1943 behaalde:

1. „gemeentelijk diploma” der gemeentepolitie te Amster dam;

Sluiten