Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

644

BESLUIT van 14 December 1953, houdende nadere wijziging Reglement voor de Stuurliedenexamens.

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en de Staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen van 10 September 1953, No. 371.578 Z/140/140/3, Directoraat-Generaal van Scheepvaart;

De Raad van State gehoord (advies van 24 November 1953, No. 31);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en de Staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen van 7 December 1953, no. 379.134 Z/140/ 140/3, Directoraat-Generaal van Scheepvaart;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel I

In artikel 6, lid 1 onder d, van het Reglement voor de stuurliedenexamens (vastgesteld bij Koninklijk besluit van 15 October 1937 (tekst opnieuw bekend gemaakt bij Koninklijk besluit van 16 Augustus 1948, Stb. I 370), laatstelijk gewijzigd bij Koninklijk besluit van 29 April 1953, Stb. 228) worden de woorden „zoals omschreven in artikel 87 van het Schepenbesluit” gelezen: zoals omschreven in artikel 92 van het Schepenbesluit 1952.

Artikel II

In Bijlage II van het Reglement voor de stuurliedenexamens worden de volgende wijzigingen aangebracht:

Diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart 1 Aan het onderdeel 4*) Natuurkunde wordt aan het slot van de paragraaf „Vloeistoffen” de punt veranderd in een puntkomma en wordt toegevoegd: berekening van de toename der waterverplaatsing bij toeneming van de diepgang met 1 dm/ 1 inch in zoet- en in zeewater, berekening van de verandering in diepgang bij overgang van zoet- in zeewater (in de beide gevallen bij een gegeven oppervlakte waterlijn en s.g. zeewater) . 2 Het onderdeel 5*) Werktuigkunde wordt gelezen: 5*) Werktuigkunde. Rechtlijnig eenparige en eenparig veranderlijke bewegingen, snelheid en versnelling, enig begrip van eenparige cirkelbeweging en hoeksnelheid, samenstellen van eenparige rechtlijnige bewegingen in één plat vlak; relatieve en ware bewegingen; verband tussen kracht, massa en versnelling, wet van de traagheid, grondbeginsel: actie is gelijk reactie; samenstellen en ontbinden van krachten in één plat v lak; het begrip koppel; evenwicht van krachten, moment van een kracht ten opzichte van een punt of lijn; moment van een koppel; momentenstelling; verschuivingswet; zwaartepunt van eenvoudige lichamen en figuren, stabiel en labiel en indifferent evenwicht; definitie van dwarsscheepse stabiliteit van een schip; definitie van gewichtszwaartepunt, drukkingspunt en dwarsscheeps aanvangsmetacenter; aan de hand van een schets aantonen, welke invloed de onderlinge ligging dezer punten heeft °P de aanvangsstabiliteit indien het schip door een van buiten werkende kracht uit het evenwicht is gebracht en daarbij een geringe slagzij heeft verkregen; het stabiliteitskoppel; begrip van de factoren, welke bij kleine hellingen invloed hebben op

de grootte van het stabiliteitskoppel, te weten W, MG en hellingshoek; het berekenen van de verticale verplaatsing van het zwaartepunt tengevolge van het symmetrisch laden en lossen of verplaatsen van gewichten, een en ander met behulp van de momentenstelling of verschuivingswet; middelpuntzoekende c.q. middelpuntvliedende kracht; arbeid, arbeidsvermogen, rendement, arbeidsvermogen van plaats en beweging (formule), wet van behoud van arbeidsvermogen; de eenheden van het statische en dynamische stelsel, welke aan boord gebruikt worden; enige kennis van eenvoudige werktuigen zonder inachtneming van wrijving. (Een en ander met het oog op de praktijk aan boord) 3 Aan het onderdeel zeemanschap en scheepsbouw wordt aan het slot van paragraaf 11 b. laden en stuwen toegevoegd: Kennis van de diepgangsmerken en het uitwateringsmerk; inrichting en gebruik van de verticale schaal van waterverplaatsing; practische kennis van de statische stabiliteit te weten het begrip stabiliteit; kenmerkende eigenschappen van een rank en een stijf schip; mogelijke oorzaken van slagzij; het vaststellen van de oorzaken en de middelen om de slagzij op te heffen; oorzaken tengevolge waarvan ladingen kunnen overgaan en de maatregelen hiertegen, welke tijdens de belading genomen kunnen worden; invloed op de stabiliteit door: a. overgaan van lading, b. vrij water in het ruim, c. gedeeltelijk gevulde tanks. Verandering van de stabiliteit tijdens en na het vullen van dubbele bodemtanks; invloed van overbelading op de stabiliteit. Invloed op uitwatering en stabiliteit door het in gewicht toenemen van deklast; maatregelen welke op zee genomen kunnen worden om uitwatering en/of stabiliteit te vergroten. (Bovenstaande onderwerpen vanaf ,,practische kennis” zonder in te gaan op de theorie van de statische stabiliteit). Diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart 1 Het onderdeel 3*) Werktuigkunde wordt gelezen: 3*) Werktuigkunde. Koppels en krachten in hetzelfde vlak; samenstellen van twee koppels, zijdelingse verschuiving van een kracht door toevoeging van een koppel, samenstelling van een kracht en een koppel. Evenwicht van krachten en eenvoudige toepassingen hiervan (laadboom, slagzij, koplast). Wrijving: slepende en rollende wrijving, wrijving in rust en in beweging, wrijvingscoëfficient, practische berekening van kracht en last bij takels. Massa- en oppervlakte-traagheidsmoment, formule T (rechthoek) = 1/12 LB 3 formule T (lastlijn schip) = £ 1/12 A LB 3 (beide formules te kennen zonder afleiding). Verband tussen momentkoppel, hoekversnelling en traagheidsmoment om draaiingsas. Begrip van dwarsscheepse- en langsscheepse stabiliteit. De formule voor afstand drukkingspunt tot aanvangsmetacenter: T MB = — welke het verband geeft tussen MB, traagheidsmoment van de lastlijn en deplacement (geen afleiding). b 2 b 2 Hieruit af te leiden de grenswaarden rrzrr en-voordrij12d 6d vende lichamen met rechthoekige en driehoekige doorsneden, welke over de gehele lengte gelijk zijn. De formule voor de schijnbare verplaatsing omhoog van het gewichtszwaartepunt T bij helling en vrij vloeistofoppervlak gG =—, welke het ver-

Sluiten