Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brengen. De bezwaarschriften worden terstond toegevoegd aan de in artikel 210c, lid 2, onder c, bedoelde stukken.

Artikel 210g.

1. Ten minste veertien en ten hoogste twintig dagen na de dagtekening van de in artikel 210e, lid 2, onder b, bedoelde openbare kennisgeving wordt op de daarin aangegeven datum, uur en plaats gelegenheid gegeven in een openbare zitting ten overstaan van het gemeentebestuur, één of meer zijner leden dan wel één of meer door het gemeentebestuur aangewezen ambtenaren, mondeling bezwaren in te brengen. De verzoeker wordt daarbij in de gelegenheid gesteld te worden gehoord

2. De Inspecteur-Generaal der Mijnen is bevoegd de in het vorige lid bedoelde zitting bij te wonen of door een door hem aangewezen ambtenaar van het Staatstoezicht op de Mijnen te doen bijwonen.

3. Van het op de zitting voorgevallene wordt een procesverbaal opgemaakt. Een tweetal afschriften van het procesverbaal wordt met het advies van het gemeentebestuur en de op grond van artikel 210/ ingediende bezwaarschriften onverwijld aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen gezonden. Indien de inrichting in meer dan een gemeente of binnen een afstand van 200 m van een andere gemeente zal worden opgericht of is gelegen, draagt de Inspecteur-Generaal der Mijnen zorg, dat de besturen van alle betrokken gemeenten tijdig in de gelegenheid worden gesteld omtrent het verzoek hun advies uit te brengen.

4. De Inspecteur-Generaal der Mijnen doet een afschrift van het proces-verbaal tezamen met de overige in het vorige lid bedoelde bescheiden zo spoedig mogelijk, vergezeld van zijn advies, aan Onze Minister toekomen.

Artikel 210 h.

1. Onze Minister beschikt zo spoedig mogelijk op het verzoek om vergunning en zendt van zijn beschikking onmiddellijk een afschrift aan de verzoeker, de Inspecteur-Generaal der Mijnen en het gemeentebestuur, dat deze beschikking onmiddellijk op de in de gemeente gebruikelijke wijze ter openbare kennis brengt.

2. Het gemeentebestuur doet schriftelijk mededeling van de vastgestelde beschikking en van de datum, waarop de openbare kennisgeving ervan heeft plaats gehad, aan hen die buiten de gemeente wonen en binnen de in artikel 210/ gestelde termijn schriftelijke bezwaren hebben ingebracht, alsmede aan hen die op de in artikel 210g bedoelde zitting zijn verschenen, de verzoeker, de Inspecteur-Generaal der Mijnen en de door deze laatste aangewezen ambtenaar uitgezonderd.

3. Indien de inrichting in meer dan een gemeente dan wel binnen een afstand van 200 m van een andere gemeente is gelegen of zal worden opgericht, zendt Onze Minister gelijktijdig aan de besturen van de andere betrokken gemeenten een afschrift van zijn beschikking, waarvan alsdan in die andere gemeenten eveneens onmiddellijk openbare kennisgeving plaats vindt.

Artikel 210/.

1. De vergunning kan slechts worden geweigerd, indien vaststaat of met reden is te vrezen, dat door de oprichting, het in werking brengen, het in werking houden, de uitbreiding of de wijziging der inrichting daarbuiten gevaar, schade aan eigendommen, aan bedrijven of aan de gezondheid, dan wel hinder van ernstige aard zal worden ondervonden en daaraan redelijkerwijze niet door het stellen van voorwaarden voldoende kan worden tegemoetgekomen.

2. De redenen van weigering worden in de beschikking vermeld.

Artikel 210/.

1. Wanneer de vergunning wordt verleend, geldt zij zowel voor de verzoeker als voor zijn rechtverkrijgenden.

2. Aan het voor de verzoeker bestemde afschrift van de vergunning wordt een exemplaar gehecht van elk der in artikel

210c, lid 2, bedoelde bescheiden, welke door of vanwege Onze Minister worden gewaarmerkt en welke worden geacht met de vergunning één geheel uit te maken.

Artikel 210k.

1. Bij de vergunning wordt een termijn van ten hoogste twee jaren gesteld nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, waarbinnen de inrichting, de wijziging of de uitbreiding, met inachtneming van het in de vergunning bepaalde, voltooid en in werking moet zijn gebracht.

2. De termijn kan door Onze Minister worden verlengd tot ten hoogste drie jaren. Een afschrift van de beschikking tot verlenging van de termijn wordt gezonden aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen en aan de houder der vergunning.

3. Bij niet inachtneming van de al dan niet verlengde termijn vervalt de vergunning.

Artikel 210/.

1. Indien over de te verwachten schade of hinder of het te verwachten gevaar van een inrichting niet met voldoende zekerheid kan worden geoordeeld, of indien uit de aard van de inrichting haar tijdelijk karakter voortvloeit, kan Onze Minister de vergunning verlenen voor een bepaalde termijn. Onze Minister kan deze termijn verlengen. De termijn kan echter, al dan niet verlengd, de duur van tien jaren niet te boven gaan.

2. Onze Minister gaat niet tot verlenging van de in het eerste lid bedoelde termijn over, dan nadat de InspecteurGeneraal der Mijnen en het gemeentebestuur in de gelegenheid zijn gesteld omtrent de voorgenomen verlenging hun advies uit te brengen.

3. Een afschrift van de beschikking tot verlenging van de in het eerste lid bedoelde termijn wordt gezonden aan de houder der vergunning, de Inspecteur-Generaal der Mijnen en het gemeentebestuur, dat deze beschikking onmiddellijk op de in de gemeente gebruikelijke wijze ter openbare kennis brengt. Artikel 210//, lid 3, is van toepassing.

Artikel 210/n.

Ingeval de vergunning voorwaardelijk wordt verleend, moeten de voorwaarden nauwkeurig het middel aangeven waardoor aan de bezwaren van gevaar, schade of hinder wordt tegemoetgekomen; indien zulks niet mogelijk of bepaaldelijk niet wenselijk is, moet het beoogde gevolg nauwkeurig zijn aangegeven.

Artikel 21 On.

1. Van een ingevolge artikel 210//, lid 1, vastgestelde beschikking kunnen de verzoeker alsmede degene die op de in artikel 210# bedoelde openbare zitting in persoon of bij gemachtigde is verschenen, uitgezonderd de Inspecteur-Generaal der Mijnen en de door hem aangewezen ambtenaar, binnen twintig dagen na dagtekening van de openbare kennisgeving, die in hun gemeente ingevolge artikel 210 h, leden 1 en 3, heeft plaats gehad, bij Ons in beroep komen. Eveneens is tot dit beroep gerechtigd degene die, zonder op de openbare zitting te zijn verschenen, binnen de in artikel 210/ bedoelde termij 11 schriftelijk bezwaren heeft ingebracht, indien hij niet woonachtig is in de gemeente, waar de openbare kennisgeving ingevolge artikel 210e, lid 2, onder b, of lid 3, heeft plaats gehad2.

Van de beschikking met betrekking tot verlenging van de termijn ingevolge artikel 210k, lid 2, kan de houder der vergunning binnen twintig dagen na de dagtekening der verzending van de beschikking bij Ons in beroep komen.

3. Het beroepschrift wordt aan Ons gericht, doch ingediend bij de Inspecteur-Generaal der Mijnen.

Artikel 210o.

1. Onze Minister kan bij een met redenen omklede beschikking en met inachtneming van het hieronder bepaalde, hetzij eigener beweging, hetzij op verzoek van de vergunninghouder of een belanghebbende of op advies van de InspecteurGeneraal der Mijnen:

Sluiten