is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1978, no. 336-360, 01-01-1978

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f. indien artikel 25 van toepassing is, een kaart waarop, op basis van een vastgestelde grenswaarde voor de maximaal toegelaten geluidsbelasting, met gebruikmaking van de onder d en e bedoelde gegevens, de grenzen zijn aangegeven van de in dat artikel bedoelde geluidszone, zomede een ontwerp van de aanwijzingen en voorschriften bedoeld in artikel 26, eerste lid; g. indien artikel 25 van toepassing is, bovendien een kaart, waarop de optimale buitengrens van de geluidszone staat aangegeven, te weten de Kegrens, waarnaar als eindfase gestreefd dient te worden. 3. Eveneens worden ter inzage gelegd het advies van de Rijksplanologische Commissie als bedoeld in artikel 18, eerste lid, en de resultaten van het overleg bedoeld in artikel 19. 4. Tevens wordt ter inzage gelegd het verzoekschrift zo dit is ingekomen.

Artikel 21

1. De nederleggingen, bedoeld in het eerste lid van artikel 20, geschieden door de zorg van Gedeputeerde Staten van de provincies, als bedoeld in artikel 19, tweede lid, op één en dezelfde dag binnen een maand, nadat zij de in het vorig artikel genoemde bescheiden van Onze Minister hebben ontvangen. 2. Van de nederlegging wordt door de zorg van Gedeputeerde Staten tevoren kennis gegeven in de Nederlandse Staatscourant en in één of meer door hen aan te wijzen nieuwsbladen. De burgemeester van elke gemeente, als bedoeld in artikel 19, tweede en derde lid, maakt de nederlegging ter gemeente-secretarie bovendien op de gebruikelijke wijze bekend. 3. De personen, vermeld op de in het tweede lid onder b en c van artikel 20 bedoelde lijsten, worden door Gedeputeerde Staten bij aangetekende brief van de nederlegging in kennis gesteld. 4. Uiterlijk binnen één maand na afloop van de in artikel 20, eerste lid, genoemde termijn kan een ieder schriftelijk bezwaren indienen bij een door Gedeputeerde Staten van de provincies als bedoeld in artikel 19, tweede lid, in te stellen commissie; mondelinge bezwaren kunnen op een door deze commissie vast te stellen zitting worden ingebracht. Gedeputeerde Staten van de provincies als bedoeld in artikel 19, tweede lid, wijzen gezamenlijk de voorzitter van de commissie aan. De commissie bestaat voorts uit: a. een lid van elk van die colleges van Gedeputeerde Staten door hen aangewezen; b. een deskundige, aangewezen door Onze Minister; c. een deskundige, aangewezen door Onze Minister belast met de zorg voor de ruimtelijke ordening; d. een deskundige, aangewezen door Onze Minister belast met de zorg voor de milieuhygiëne; e. twee door burgemeester en wethouders van elke gemeente als bedoeld in artikel 19, tweede lid, waarvan tenminste een als vertegenwoordiger van de omwonenden van het betrokken luchtvaartterrein kan worden beschouwd. Gedeputeerde Staten kunnen verzoeken dat in voorkomende gevallen ook andere Ministers deskundigen als lid aanwijzen. 5. Een kennisgeving en bekendmaking als bedoeld in het tweede lid, houdt mededeling in van de mogelijkheid tot het indienen van bezwaren bij bovengenoemde commissie en van de termijn, waarbinnen bezwaarschriften kunnen worden ingezonden. Tevens worden vermeld plaats, dag en uur van de zitting, waarop mondelinge bezwaren tegen de ontwerp-aanwijzing kunnen worden ingebracht.

Artikel 22

1. De commissie brengt binnen drie maanden na het verstrijken van de termijn voor het indienen van schriftelijke bezwaren advies uit aan Onze Minister inzake de bij haar ingebrachte bezwaren tegen de ontwerp-aanwijzing.