is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1978, no. 401-451, 01-01-1978

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Porto Carras, 26 augustus 1978

Juliana

De Minister van Justitie a.i., H. Wiegel

Uitgegeven de zevende september 1978

De Minister van Justitie, J. de Ruiter

1 Gewijzigd bij Koninklijk besluit van 21 oktober 1971, Stb. 629

451

Besluit van 14 augustus 1978 tot vernietiging van het besluit van burgemeester en wethouders van Amsterdam van 28 juli 1975 no. 2/2660 BWT1973,436/19698 VH 1974, betreffende het verlenen van bouwvergunning

Wij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 17 april 1978, no. 0413949, Centrale Afdeling Juridische Zaken en van Binnenlandse Zaken van 8 mei 1978, no. B78/1199, Directie Binnenlands Bestuur, Afdeling Wetgeving en Bestuurszaken, betreffende het besluit van burgemeester en wethouders van Amsterdam van 28 juli 1975, no. 2/2660 BWT 1973,436/19698 VH 1974, waarbij aan Mackenzie Hill Leiden B.V., vergunning is verleend voor het oprichten van een gebouw op een, na sloping van het gebouw Wibautstraat 88/90/92 vrijgekomen terrein, met de bestemming daarvan tot kantoorgebouw met parkeergarage;

Overwegende, dat ingevolge het bepaalde in artikel 48, eerste lid, onder b, van de Woningwet, bouwvergunning moet worden geweigerd, indien het bouwwerk, waarop de aanvraag betrekking heeft, in strijd zou zijn met een bestemmingsplan;

dat het onderwerpelijke terrein bij het ter plaatse geldende uitbreidingsplan «Werkplaatsengebouwen Wibautstraat', welk plan op grond van het bepaalde in artikel 10, eerste lid, van de Overgangswet ruimtelijke ordening en volkshuisvesting wordt geacht een bestemmingsplan te zijn, is aangewezen voor «werkplaatsengebouwen»;

dat ingevolge de bij het plan behorende voorschriften op gronden met genoemde bestemming onder nadere voorwaarden uitsluitend mogen worden opgericht één of meer gebouwen ten dienste van de huisvesting van kleine en middelgrote industrieën en ambachtsbedrijven, ateliers, en de daarbij behorende magazijnen, toonzalen, kantoren en dergelijke;

dat het bouwplan voor de uitvoering waarvan vergunning is verleend, voorziet in de oprichting van een kantoorgebouw met parkeergarage, dat niet aangemerkt kan worden als behorende bij een industrie, ambachtsbedrijf of atelier;

dat het op te richten bouwwerk bovendien de bebouwingsgrenzen van het ter plaatse geprojecteerde «werkplaatsengebouw» overschrijdt;

dat ten slotte de hoogte van verschillende onderdelen van dit bouwwerk de bij het bestemmingsplan toegelaten maximum-hoogte te boven gaat;

dat het bouwplan derhalve in strijd is met vorenvermeld bestemmingsplan;