is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1978, no. 452-500, 01-01-1978

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 30

De burgemeesters-strandvonder der op te heffen gemeenten Uithuizen en Uithuizermeeden en die der gemeente 't Zandt dragen, indien en voor zover zij op de dag, voorafgaande aan de datum van herindeling, krachtens de wet op de strandvonderij strandgoed onder hun beheer hebben, op die dag dit strandgoed, benevens alle op de strandvonderij in hun gemeenten betrekking hebbende bescheiden en gelden, over aan de burgemeester-strandvonder van de nieuwe gemeente Hefshuizen.

Artikel 31

Kosten van bijstand als bedoeld in de artikelen 16,17 en 18 van de Algemene Bijstandswet ten behoeve van personen, die op of vóór de datum van herindeling woonachtig zijn of geweest zijn in overgaand gebied, komen met ingang van die datum ten laste van de gemeente, aan welke dat gebied wordt toegevoegd.

Artikel 32

1. Burgemeester en wethouders der nieuwe gemeente Hefshuizen zijn verplicht binnen twee jaren na de datum van herindeling overeenkomstig de bepalingen van de Wegenwet een ontwerp voor een nieuwe legger der wegen op te maken en dit ter vaststelling aan Gedeputeerde Staten van Groningen te zenden. 2. Zolang deze nieuwe legger niet is vastgesteld wordt de legger der wegen van de nieuwe gemeente Hefshuizen geacht te zijn samengesteld uit de leggers der wegen van de op te heffen gemeenten Uithuizen en Uithuizermeeden en de leggers der wegen der gemeenten Bierum en 't Zandt, een en ander voor zover het gebied dier gemeenten deel gaat uitmaken van de nieuwe gemeente Hefshuizen. 3. Gedeputeerde Staten van Groningen voeren de in het van de gemeente Appingedam naar de gemeente Delfzijl overgaand gebied gelegen wegen die daarvoor in aanmerking komen, van de wegenlegger van de gemeente Appingedam af en brengen die over naar de wegenlegger van de gemeente Delfzijl, een en ander met toepassing, voor zoveel nodig, van de artikelen 39-42 van de Wegenwet.

Artikel 33

Met ingang van de datum van herindeling wordt in artikel 10 van de wet van 10 augustus 1951, Stb. 347, houdende nieuwe vaststelling van het rechtsgebied en de zetels der rechtbanken en kantongerechten, a. het gestelde onder «Kantongerecht Groningen» gelezen als volgt: Adorp, Aduard, Appingedam, Baflo, Bedum, Bierum, Delfzijl, Eenrum, Ezinge, Groningen, Grootegast, Grijpskerk, Haren, Hefshuizen, Kantens, Kloosterburen, Leek, Leens, Loppersum, Marum, Middelstum, Oldehove, Oldekerk, Slochteren, Stedum, Ten Boer, Ulrum, Usquert, Warffum, Winsum, 't Zandt, Zuidhorn; b. het gestelde onder «Kantongerecht Winschoten» gelezen als volgt: Beerta, Bellingwedde, Finsterwolde, Midwolda, Nieuwe Pekela, Nieuweschans, Nieuwolda, Oude Pekela, Scheemda, Stadskanaal, Termunten, Vlagtwedde, Winschoten.

Artikel 34

Deze wet is niet van invloed op de bevoegdheid van de rechter en op die van procureurs van partijen met betrekking tot zaken, op de dag, voorafgaande aan de datum van herindeling, voor enig gerecht aanhangig.