is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1978, no. 452-500, 01-01-1978

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Jaargang 1978

468

Wet van 14 september 1978 tot wijziging van de Wet van 4 mei 1972, Stb. 240, houdende uitvoering van het op 27 september 1968 te Brussel tussen de lid-staten van de Europese Economische Gemeenschap tot stand gekomen Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, met Protocol

Wij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat er aanleiding is tot wijziging van de Wet van 4 mei 1972, Stb. 240, houdende uitvoering van het op 27 september 1968 te Brussel tussen de lid-staten van de Europese Economische Gemeenschap tot stand gekomen Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, met Protocol, in verband met de wenselijkheid de in die wet voorgeschreven bijstand van een procureur bij het indienen van een verzoek tot verlof tot tenuitvoerlegging af te schaffen indien het bedrag dat de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd moet voldoen in hoofdsom de grens van de bevoegdheid van kantonrechters niet overschrijdt;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

De Wet van 4 mei 1972, Stb. 240, houdende uitvoering van het op 27 september 1968 te Brussel tussen de lid-staten van de Europese Economische Gemeenschap tot stand gekomen Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, met Protocol, wordt als volgt gewijzigd:

a. Aan artikel 2 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende: 4. In afwijking van het gestelde in de tweede zin van het tweede lid is de bijstand van een procureur niet vereist indien het bedrag dat de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd moet voldoen in hoofdsom niet hoger is dan het bedrag, genoemd in artikel 38 onder 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie. Is het eerstbedoelde bedrag uitgedrukt in een buitenlandse munteenheid, dan moet het worden omgerekend tegen de koers van de dag van de indiening van het verzoek om verlof tot tenuitvoerlegging. b. In artikel 6, tweede lid, wordt voor «is artikel 2» gelezen: «zijn de leden 1-3 van artikel 2».