is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1978, no. 452-500, 01-01-1978

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mogelijkheid geopend, dat de Afdeling daarvoor in haar uitspraak een termijn stelt.

Hetgeen Uw Minister dienaangaande opmerkt is wellicht in zijn algemeenheid niet onjuist, maar in het onderwerpelijke geval kan daaraan toch weinig betekenis gehecht worden.

Uw Minister laat namelijk onvermeld de hierna volgende laatste overweging in de uitspraak van de Afdeling rechtspraak: «De Afdeling meent er op te mogen vertrouwen, dat gezien het belang van de appellant bij een spoedige voorziening verweerder op zo kort mogelijke termijn opnieuw een beslissing zal nemen met inachtneming van deze uitspraak, weshalve zij van toepassing van artikel 73, eerste lid, tweede volzin, van de Wet op de Raad van State zal afzien».

Gelet hierop, alsmede op hetgeen in die uitspraak nog overwogen is omtrent het verband tussen de beschikking en het krachtens artikel 6f ingestelde beroep, had het duidelijk moeten zijn, dat een nieuwe beschikking nodig was. Het feit, dat, zoals Uw Minister nu erkent, in zijn vernietigde beschikking ten onrechte niet over de kwantitatieve doch uitsluitend over de - ter beoordeling van gedeputeerde staten en U, niet van Uw Minister, staande - kwalitatieve eisen een uitspraak gedaan was, noopte ook tot het alsnog beslissen omtrent het kwantitatieve aspect.

Blijkens het vorenstaande kan de Afdeling de bedenkingen, door Uw Minister aangevoerd tegen het ontwerp-besluit, niet delen, en zij betreurt het dat-waar de Afdeling destijds reeds gewezen heeft op de noodzaak van een spoedige beslissing en Uw Minister zich blijkens zijn brief aan de Afdeling met dat ontwerp kan verenigen voor wat betreft het oordeel over het bestreden besluit van gedeputeerde staten - nochtans deze haars inziens niet steekhoudende bezwaren tot een in dit geval bedenkelijke vertraging in de beslissing op het beroep geleid hebben.

Overigens moge de Afdeling nog opmerken, dat deze zaak naar haar mening de wenselijkheid aangetoond heeft, dat thans op de kortst mogelijke termijn de totstandkoming van de in artikel 6d voorgeschreven algemene maatregel van bestuur bevorderd wordt en vervolgens op de grondslag daarvan de provinciale plannen vastgesteld worden. Indien dit niet mogelijk mocht blijken, ware door een incidentele wetswijziging de verhouding tussen de artikelen 6e en 33 en de desbetreffende beroepsmogelijkheden te verduidelijken».

Dit nader advies van de Afdeling heeft mij aanleiding gegeven tot verder beraad en tot het in artikel 58, tweede lid onder b, van de Wet op de Raad van State voorgeschreven overleg met de Minister van Justitie. Op mijn voordracht heeft U, overeenkomstig het eerste lid van voormeld artikel, bij besluit van 16 juni 1978, nr. 29, uw beslissing verdaagd tot 1 september 1978. Omtrent het nader advies van de Afdeling merk ik het volgende op.

Terecht besteedt de Afdeling met het oog op toekomstige geschillen in de eerste plaats aandacht aan de vraag welke de verhouding is tussen een uitspraak van Uwe Majesteit op een beroep tegen een besluit van gedeputeerde staten houdende weigering van een verklaring van geen bezwaar enerzijds en de door de wet vereiste toestemming van de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk voor het afgeven van een dergelijke verklaring anderzijds.

Wat dit betreft wil ik er nog eens op wijzen dat volgens het thans van toepassing zijnde artikel 33 van de Wet op de bejaardenoorden gedeputeerde staten slechts een verklaring van geen bezwaar kunnen afgeven indien aan een wettelijke voorwaarde, namelijk toestemming van de Minister, is voldaan. Deze door de wet gestelde beperking aan de bevoegdheid van gedeputeerde staten is van overeenkomstige toepassing wanneer Uwe Majesteit beslist op een beroep tegen een desbetreffend besluit van gedeputeerde staten. Naar mijn mening beschikt ook Uwe Majesteit, beslissend in beroep, niet over meer bevoegdheden dan de wet toekent aan degene die het besluit waartegen beroep is ingesteld, heeft genomen.