is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1978, no. 452-500, 01-01-1978

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Indien de uitkomst van de in de vorige volzin bedoelde vermenigvuldiging tot een lager resultaat leidt dan

voor een 21-jarige of ouder f 19,— voor een 20-jarige f 17,58 voor een 19-jarige f 16,15 voor een 18-jarige f 14,73

treedt genoemd bedrag voor die uitkomst in de plaats. 4. De uitkering-ineens wordt voorde gewezen militair, bedoeld in het eerste lid, die op de peildatum pensioenbijdrage ingevolge de Algemene militaire pensioenwet verschuldigd was, verhoogd met f 0,75 voor elke kalendermaand of gedeelte daarvan in het jaar 1977, waarover rechtop uitkering of wachtgeld bestond, tenzij hij het minimumbedrag aan pensioenbijdrage verschuldigd was, in welk geval geen aanspraak op verhoging bestaat. 5. Dit artikel is niet van toepassing op de gewezen militair, die op de peildatum geen recht had op betaling van de uitkering of het wachtgeld. 6. Voor de toepassing van de vorige leden wordt verstaan onder peildatum: a. 1 december 1977; b. indien het recht op uitkering of wachtgeld voor 1 december 1977 is vervallen: de laatste dag, waarop recht bestond; c. indien de uitkering of het wachtgeld is ingegaan na 1 december 1977: de dag, waarop de uitkering of het wachtgeld is ingegaan.

Artikel 2

Indien de gewezen militair, bedoeld in artikel 1, op de in dat artikel bedoelde peildatum pensioenbijdrage ingevolge de Algemene militaire pensioenwet verschuldigd was, is hij die bijdrage ook verschuldigd over het bedrag van de uitkering-ineens, waarop krachtens het eerste en tweede lid van artikel 1 recht bestaat.

ARTIKEL III

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin het wordt geplaatst en werkt-voor zover dat in de betrokken bepalingen is aangegeven - terug tot de aldaar genoemde data.

Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

Soestdijk, 18 september 1978

Juliana

De Staatssecretaris van Defensie, C. L. J. van Lent

Uitgegeven de twaalfde oktober 1978

De Minister van Justitie, J. de Ruiter

1 Laatstelijk gewijzigd bij Koninklijk besluit van 25 mei 1978, Stb. 309 2 Laatstelijk gewijzigd bij Koninklijk besluit van 19 juli 1977, Stb. 475