is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1978, no. 501-549, 01-01-1978

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel bij af 33 36 37 39 43 44 45* 46 47 48 50 53 54 55 57 58 59 60 61 65 66 Personeelsuitgaven Inspectie Muzikale Vorming wordt verminderd met Paragraaf 2. Muziek, muziekdramatische kunst en dans Subsidies en andere uitgaven op het gebied van de muziek wordt verminderd met Subsidies en andere uitgaven op het gebied van de muziekdramatische kunst wordt verhoogd met Subsidies, prijzen en opdrachten aan componisten en choreografen en subsidies ten behoeve van de uitvoering van werk van Nederlandse componisten en choreografen wordt verminderd met Paragraaf 3. Toneel, mime en letteren Artikel 43 wordt gelezen: Subsidies en andere uitgaven op het gebied van de letteren Aangewezen voor toepassing van artikel 24 van de Comptabiliteitswet (Stb. 1927, 259) tot een maximum van f 1 430 000 terwijl het artikel wordt verhoogd met Paragraaf 4. Beeldende Kunsten en Bouwkunst Subsidies en andere uitgaven wordt verhoogd met Paragraaf 5. Film Artikel 45 wordt gelezen: Subsidies en andere uitgaven waarop — voor zoveel mogelijk — in mindering worden gebracht de ontvangsten ter zake van terugbetalingen op deze of in vorige jaren gedane uitgaven Aangewezen voor toepassing van artikel 24 van de Comptabiliteitswet (Stb. 1927, 259) tot een maximum van f2 700 000 terwijl het artikel wordt verminderd met Paragraaf 6. Kunstonderwijs Personeelsuitgaven Rijksakademie van beeldende kunsten te Amsterdam wordt verhoogd met Materiële uitgaven Rijksakademie van beeldende kunsten te Amsterdam wordt verhoogd met Subsidie ten behoeve van de Jan van Eyckacademie te Maastricht wordt verhoogd met Rijksstudietoelagen aan studerenden aan instellingen van kunstonderwijs wordt verminderd met Paragraaf 7. Overige uitgaven Subsidies en andere uitgaven voor niet-literaire tijdschriften en voor publikaties wordt verhoogd met Tegemoetkomingen voor studie in het buitenland wordt verhoogd met Subsidies aan algemene instellingen en andere uitgaven wordt verminderd met Stipendia en andere toelagen aan kunstenaars wordt verminderd met Eregelden en andere persoonlijke toelagen aan kunstenaars wordt verminderd met Onderafdeling III. Musea, monumenten en archieven Paragraaf 1. Musea Personeelsuitgaven Rijksmusea wordt verhoogd met Materiële uitgaven Rijksmusea wordt verhoogd met Aankopen voor de musea en betaling van termijnen voor in vorige jaren gekochte kunstwerken en voorwerpen wordt verhoogd met Personeelsuitgaven Bureau Rijksinspecteur voor roerende monumenten wordt verminderd met Materiële uitgaven Bureau Rijksinspecteur voor roerende monumenten wordt verhoogd met 12 000 2 009 000 612 000 55 000 12 000 100 000 145 000 180 000 43 000 70 000 138 000 60 300 10 000 209 000 72 300 150 000 290 000 360 000 2 300 90 000 44 500