is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1978, no. 550-600, 01-01-1978

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Paragraaf 7

Bijzondere bepalingen voor de scholen voor kinderen, die zijn opgenomen in herstellingsoorden

Artikel 75

De school voor elementair buitengewoon onderwijs kan behalve de kernafdeling de volgende bijzondere afdelingen omvatten: a. een afdeling voor zeer jeugdigen; b. een afdeling voor voortgezet buitengewoon onderwijs.

Artikel 76

1. Het leerplan van de kernafdeling van de school voor elementair buitengewoon onderwijs omvat, afgezien, voor wat het bijzonder onderwijs betreft, van de vakken, die verband houden met de richting, de vakken, in artikel 2 der Wet vermeld onder a tot en met k en r. Aan het leerplan kan voorts het vak, genoemd in artikel 2 der Wet, onder w, worden toegevoegd. 2. Het leerplan van de afdeling voor voortgezet buitengewoon onderwijs en dat van de school voor voortgezet buitengewoon onderwijs omvat behalve de in het eerst lid genoemde vakken, ten minste twee der vakken, genoemd in artikel 2 der Wet onder I tot en met p. Daaraan kunnen één of meer van de andere vakken, vermeld in het tweede lid van voornoemd artikel, worden toegevoegd.

Artikel 77

De commissie bedoeld in artikel 7, tweede lid, bestaat ten minste uit het hoofd van de school tot welke toelating wordt verlangd, een academisch gevormd psycholoog die met het psychologisch onderzoek van kinderen vertrouwd is dan wel een academisch gevormd en psychodiagnostisch geschoold opvoedkundige en een kinderarts. Naast of in de plaats van laatstgenoemde kan aan het onderzoek deelnemen een medicus die een bijzondere deskundigheid bezitter zake van de aandoening waaraan het te onderzoeken kind lijdende is.

Artikel 78

Geen kind wordt tot de afdeling voor voortgezet buitengewoon onderwijs toegelaten, dan na aan een onderzoek te zijn onderworpen door de commissie, bedoeld in artikel 77. Artikel 7, derde en achtste lid, is van toepassing.

Artikel 79

1. De rijksbijdrage wordt niet verleend voor scholen voor elementair buitengewoon onderwijs, waarvan de kernafdeling minder leerlingen telt dan vierentwintig. 2. In de kosten van een afdeling voor zeer jeugdigen en een afdeling voor voortgezet buitengewoon onderwijs wordt geen rijksbijdrage verleend, indien het aantal leerlingen van de afdeling minder bedraagt dan zeven. 3. De rijksbijdrage wordt niet verleend voor scholen voor voortgezet buitengewoon onderwijs, waarvan het aantal leerlingen minder beloopt dan tweeëndertig.

Artikel 80

1. Aan de kernafdeling van de school voor elementair buitengewoon onderwijs wordt naast het hoofd één onderwijzer verbonden, indien het aantal leerlingen ten minste dertien bedraagt. Voor elk twaalftal leerlingen boven de dertien wordt aan die afdeling een onderwijzer meer verbonden.