is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1978, no. 550-600, 01-01-1978

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Indien het aantal leerlingen van een afdeling voor zeer jeugdigen twaalf of minder bedraagt, wordt daaraan één onderwijzer verbonden. Indien het aantal leerlingen van die afdeling ten minste dertien bedraagt, worden daaraan twee onderwijzers verbonden. Voor elk twaalftal leerlingen boven de dertien wordt aan die afdeling een onderwijzer meer verbonden. 3. Indien het aantal leerlingen van een afdeling voor voortgezet buitengewoon onderwijs tien of minder bedraagt, wordt daaraan één onderwijzer verbonden. Indien het aantal leerlingen van die afdeling ten minste elf bedraagt, worden daaraan twee onderwijzers verbonden. Voor elk zevental leerlingen boven de elf wordt aan die afdeling een onderwijzer meer verbonden. 4. Aan de school voor voortgezet buitengewoon onderwijs wordt naast het hoofd één onderwijzer verbonden, indien het aantal leerlingen ten minste acht bedraagt. Voor elk zevental leerlingen boven de acht wordt aan die school een onderwijzer meer verbonden.

Artikel 80a

1. In scholen voor kinderen, opgenomen in herstellingsoorden, niet bestemd voor langdurig zieken, houdt het hoofd van de school dagelijks in een daartoe bestemd register aantekening van het aantal leerlingen dat de school bezoekt. 2. Binnen drie dagen na afloop van elke maand verstrekt het hoofd van de school aan de inspecteur een opgave van het aantal leerlingen, dat op elke schooldag van die maand als werkelijk schoolgaand bekend stond. 3. In bijzondere gevallen, zulks ter beoordeling van Onze mininster, kan de commissie, bedoeld in artikel 77, bestaan uit ten minste het hoofd van de school tot welke toelating wordt verlangd en de behandelende arts. 4. Tenzij de inspecteur ontheffing verleent, wordt geen kind tot de school toegelaten, waarvan de vermoedelijke verblijfsduur in het herstellingsoord minder is dan drie weken, zulks ter beoordeling van de in het vorige lid bedoelde arts.

Artikel 80b

Voor de toepassing van de artikelen 79 en 80 wordt voor de scholen, bedoeld in artikel 80a, onder het aantal leerlingen verstaan het gemiddelde van de hoogste dagtellingen volgens het in artikel 80a, eerste lid, bedoelde register in elk van de maanden september tot en met juni van het voorafgaande schooljaar. Voor het schooljaar waarin een nieuw opgerichte school wordt geopend en voor het daarop volgende jaar geldt het gemiddelde van de hoogste dagtellingen van elk van de drie maanden, volgend op die der opening.

Paragraaf 8

Bijzondere bepalingen voor de scholen voor ziekelijke kinderen

Artikel 81

1. De school voor elementair buitengewoon onderwijs kan behalve de kernafdeling een bijzondere afdeling voor voortgezet buitengewoon onderwijs omvatten. 2. Voorts kan Onze minister, de Onderwijsraad en de hoofdinspecteur gehoord, tot wederopzegging vergunning verlenen, dat ten behoeve van ziekelijke kinderen, die ook lijden aan een ander, niet als gevolg van hun ziekte te beschouwen ziekte of gebrek, onder door hem te stellen voorwaarden een afzonderlijke afdeling aan de school wordt verbonden. Artikel 36, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.