is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1978, no. 550-600, 01-01-1978

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARTIKEL ll.j

1. Voor de rijdende scholen wordt ter bestrijding van de andere dan de personeelskosten eveneens een vergoeding uit 's Rijks kas verleend. Deze vergoeding wordt door Onze minister nader geregeld. 2. Het Rijk zorgt voor de voorziening in huisvesting van de school.

ARTIKEL III

1. Met ingang van een voor elk onderdeel door Onze minister te bepalen datum worden de ondervolgende artikelen of artikelleden van het Besluit buitengewoon onderwijs 1967 gelezen:

A

Artikel 8

Om tot de kernafdeling en de bijzondere afdelingen, met uitzondering van die voor zeer jeugdigen, van een school voor elementair buitengewoon onderwijs te kunnen worden toegelaten, moeten de kinderen voldoen aan de leeftijdseis voor de toelating tot een school voor gewoon lager onderwijs. Om tot een bijzondere afdeling voor zeer jeugdigen te kunnen worden toegelaten moeten de kinderen de leeftijd van 3 jaar hebben bereikt, tenzij in hoofdstuk II van deze titel anders is bepaald.

B

Artikel 11

Ten aanzien van de beschikking van de inspecteur op het verzoek om ontheffing, als bedoeld in artikel 10, is artikel 4, tweede lid, van toepassing.

C

Artikel 15, eerste lid

1. Het aantal onderwijzers, dat naast het hoofd ten minste aan de school is verbonden, is afhankelijk van het aantal leerlingen en wordt bepaald op de wijze als voor elk der in artikel 2 genoemde soorten van scholen in of krachtens hoofdstuk II van deze titel is aangegeven, met dien verstande dat, indien het aldus bepaalde aantal onderwijzers, met inbegrip van die der bijzondere afdelingen: a. minder dan 4 bedraagt, een onderwijzer boven dat aantal is vereist gedurende drie schooltijden per week, waarvan ten hoogste twee ochtendschooltijden; b. 4 bedraagt, een onderwijzer boven dat aantal is vereist gedurende zes schooltijden per week, waarvan ten hoogste drie ochtendschooltijden; c. meer dan 4 bedraagt, een onderwijzer boven dat aantal is vereist. Onder onderwijzers worden niet begrepen zij, die als vakonderwijzer zijn aangesteld voor het geven van onderwijs in een of meer van de vakken, genoemd in artikel 2 der Wet onder h tot en met ij, dan wel in een of meerder vakken, die krachtens artikel 3, vijfde lid, der Wet in het leerplan kunnen worden opgenomen.