is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1978, no. 550-600, 01-01-1978

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nagelaten betrekkingen een weduwen- of wezenpensioen is of wordt toegekend; b. voor de weduwen en wezen, wier recht op pensioen is ontstaan na 31 december 1976 doch vóór 2 december 1977, de uitkering-ineens steeds berekend over 12 maanden; c. de uitkering-ineens op verzoek toegekend aan de nagelaten betrekkingen van een in de loop van 1977 overleden gepensioneerde, die geen recht hebben op weduwen- of wezenpensioen, alsmede aan de gewezen pensioengerechtigde, wiens pensioen in de loop van 1977 is geëindigd, met dien verstande, dat voor de berekening van de uitkering-ineens wordt uitgegaan van het bedrag van de pensioenuitkering op de laatste dag waarover recht op pensioen heeft bestaan. 5. Het bepaalde in artikel 26a van de Wet van 25 november 1965 (Stb. 550) is ten aanzien van het bedrag van de in dit artikel bedoelde uitkering van overeenkomstige toepassing.

Artikel 37

Aan artikel 36, tweede lid, eerste volzin, van de Aanpassingsregeling pensioenen 1976 wordt, met vervanging van de punt aan het slot van het gestelde onder b. door een komma, toegevoegd de zinsnede «onderscheidenlijk 5/7 van dat bedrag».

Artikel 38

Dit besluit, dat kan worden aangehaald als «Aanpassingsregeling pensioenen 1977», treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State, aan de Algemene Rekenkamer, aan de Raad van toezicht en de directie van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds en aan de Raad van toezicht en de directie van het Spoorwegpensioenfonds.

Soestdijk, 13 oktober 1978

Juliana

De Minister van Binnenlandse Zaken, H. Wiegel

Uitgegeven de vijfde december 1978

De Minister van Justitie, J. de Ruiter