is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1978, no. 550-600, 01-01-1978

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. een aanhangwagen of een oplegger met een motorrijtuig over een weg voort te bewegen, tenzij voor dat motorrijtuig, die aanhangwagen of die oplegger een keuringsbewijs is afgegeven en de geldigheidsduur van dat bewijs niet is verstreken. 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald op welk tijdstip een keuringsbewijs geldigheid verkrijgt. Een keuringsbewijs is geldig voor de duur van één jaar.

Artikel 9b

Het is verboden a. een motorrijtuig waarvoor een keuringsbewijs is afgegeven op een weg te laten staan of daarmede over een weg te rijden, dan wel b. een aanhangwagen of oplegger waarvoor een keuringsbewijs is afgegeven met een motorrijtuig over een weg voort te bewegen, indien gedurende de geldigheidsduur van dat bewijs het daarbij behorende keu ringsteken niet behoorlijk zichtbaar aanwezig is op dat motorrijtuig, die aanhangwagen of die oplegger.

Artikel 9c

1. Artikel 9a, eerste lid, geldt niet, indien: a. het motorrijtuig geen kenteken behoeft te voeren, dan wel b. voor het motorrijtuig, bedoeld in artikel 9a, eerste lid onder a, de aanhangwagen of de oplegger terzake van een keuring, die ingevolge een andere dan deze wet is voorgeschreven en naar het in de Nederlandse Staatscourant bekend te maken oordeel van Onze Ministerten minste een controle inhoudt op de keuringseisen, bedoeld in artikel 9e, tweede lid, een keuringsdocument, waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken, is afgegeven en op dat motorvoertuig, die aanhangwagen of die oplegger een bijbehorend keuringsteken is aangebracht. 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan onder daarbij te stellen voorwaarden worden bepaald, dat: a. artikel 9a, eerste lid, niet geldt voor motorrijtuigen, aanhangwagens en opleggers, zolang gerekend vanaf het tijdstip, waarop deze voertuigen voor het eerst hierte lande dan wel elders op de weg zijn toegelaten, nog geen jaar is verstreken; bij of krachtens de bovenbedoelde algemene maatregel van bestuur kan nader worden geregeld, op welk tijdstip een voertuig geacht wordt voor het eerst hier te lande dan wel elders op de weg te zijn toegelaten; b. artikel 9a, eerste lid, in bepaalde uitzonderingsgevallen niet geldt voor nader aangewezen groepen van motorrijtuigen, aanhangwagens of opleggers; c. in bepaalde uitzonderingsgevallen tijdelijk wordt of kan worden afgeweken van artikel 9a, eerste lid; d. motorrijtuigen, die ingevolge artikel 9a, eerste lid, vanaf een bepaald tijdstip niet over een weg mogen rijden of daarop mogen staan tenzij voor die motorrijtuigen een keuringsbewijs is afgegeven, in afwijking van het bepaalde in artikel 9a, eerste lid, gedurende een naderte bepalen termijn na bovenbedoeld tijdstip wel op een weg mogen staan. 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld, ingevolge welke ook buiten de gevallen van het eerste en tweede lid van dit artikel, artikel 9a, eerste lid, ten behoeve van een geleidelijke invoering van de uit dat artikel voortvloeiende keuringsverplichting gedurende een nader vast te stellen termijn na zijn inwerkingtreding nog niet geldt voor alle motorrijtuigen, aanhangwagens en opleggers.

Artikel 9d

1. Voor overtreding van artikel 9a, eerste lid, of van artikel 9b zijn in het onder a van artikel 9a, eerste lid, of het onder a van artikel 9b bedoelde geval