is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1978, no. 601-650, 01-01-1978

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NOTA VAN TOELICHTING

In de nota van toelichting bij het Besluit voorlopige verfijning algemene uitkering historische stadskernen is nader onderzoek toegezegd, onder andere naar de criteria voor de selectie van de kernen en de effecten van daarbinnen gelegen kanalen, grachten en dergelijke. De daarvoor gevormde werkgroep vordert met haar werkzaamheden, die echter veel tijd vergen omdat diverse gegevens ter plaatse moeten worden verzameld. Als tussenprodukt van de arbeid van de werkgroep is de onderhavige wijziging beschikbaar gekomen. De werkgroep zet haar werkzaamheden voort.

Deze aanpassing van het besluit houdt verband met het opnieuw vaststellen van de oppervlakten van de kernen welke voor het toepassen van de verfijning zijn aangewezen.

Het opnieuw vaststellen van de oppervlakten vloeide voort uit de constatering, dat bij de - inmiddels afgesloten -toepassing van artikel 3 van genoemd besluit in relatief veel gevallen een andere en vaak grotere oppervlakte voor een kern is vastgesteld. Een en ander deed verwachten dat een ongelijkheid in bedeling was ontstaan welke slechts kon worden weggenomen door voor alle kernen opnieuw de oppervlakte vast te stellen.

Bij de hermeting is uitgegaan van recente kadastrale gegevens. Aan de oorspronkelijke meting heeft de situatie anno 1972 ten grondslag gelegen.

De algemene regels, die bij de oorspronkelijke meting zijn gehanteerd en die ook thans weer zijn gebruikt, zijn weergegeven in de nota van toelichting bij het bovengenoemd besluit. Om deze regels uniform te kunnen toepassen zijn enige ervan voor de nieuwe oppervlaktevaststelling meer concreet uitgewerkt. De meetregels zijn de volgende.

1. Algemeen

Voor elke aangewezen kern wordt afzonderlijk de oppervlakte bepaald.

Bij de meting worden gebruikt het - oudste, beschikbare - kadastrale minuutplan, de desbetreffende bijbladen, alsmede een topografische kaart 1 : 10 000, grijsdruk, uitgegeven door de Topografische Dienst.

De meting resulteert in een op de topografische kaart vastgelegde begrenzing van de kern en eventueel binnen die grens door middel van arcering aangegeven gebieden, welke voor de oppervlaktebepaling buiten beschouwing blijven.

De bepaling van de (netto-)oppervlakte van de kern vindt plaats door de bruto-oppervlakte - afgerond op hele hectaren -te bepalen en deze eventueel te verminderen met de eveneens op hele hectaren afgeronde totale oppervlakte van gearceerde gebieden.

2. De afbakening van de kern

1. Indien de bebouwing van de kern wordt gekernmerkt door een - grotergebied met aaneengesloten bebouwing, met daarbuiten een of meer andere gebieden met aaneengesloten bebouwing, dan wordt een laatstbedoeld gebied slechts dan tot de kern gerekend, indien het minder dan 80 meter van het eerstbedoelde gebied is verwijderd, van grens tot grens gemeten. 2. Op de topografische kaart wordt, door het trekken van de zogenaamde contourlijn, welke de op het minuutplan zichtbare aaneengesloten bebouwing van de kern begrenst, de historische kern afgebakend. De contourlijn wordt daarbij zo mogelijk over voor- of achtergevelrooilijnen getrokken. Een achtergevelrooilijn is hierbij een zo nodig denkbeeldige lijn, welke de gemiddelde diepte van de hoofdgebouwen weergeeft. 3. Van de (lint)bebouwing, gelegen aan wegen en wateren welke naar de kern leiden, wordt uitsluitend tot de kern gerekend die aaneengesloten bebouwing, welke zich aan beide zijden van die wegen of wateren bevindt.