is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1978, no. 601-650, 01-01-1978

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij het opstellen van de verfijning is ervan uitgegaan dat kernen met een netto-oppervlakte van meer dan 400 hectaren niet voorkomen. Bij het toepassen van de nieuwe meetregels resulteert echter als grootste oppervlakte een oppervlakte van meer dan 400 hectaren. Om deze reden is de schaal welke is vermeld in het tweede lid van artikel 1, verlengd.

De gegevens die bij de uitkeringen op grond van de verfijning gebruikt worden wijken, door de toepassing van de artikelen 3 en 4, af van de gegevens, zoals die zijn opgenomen in de bij het Besluit van 26 november 1973 behorende staat. Dit leidt ertoe dat men de resultaten van de hermeting van alle kernen op twee manieren kan benaderen.

Enerzijds kan men de bij dit besluit behorende staat vergelijken met de bij het Besluit van 26 november 1973 behorende staat. Dan blijkt dat door de toepassing van artikel 4 het aantal kernen met 19 is uitgebreid, dat voor 68 kernen een grotere, voor 38 kernen een kleinere en voor 27 kernen een gelijke oppervlakte is vastgesteld.

Anderzijds kan men de toestand na de hermeting vergelijken met de na toepassing van de artikelen 3 en 4 ontstane toestand. Dan blijkt dat voor 51 kernen een grotere, voor 52 kernen een kleinere en voor 49 kernen een gelijke oppervlakte is vastgesteld. Rekening houdend met de afloopregeling voor gemeenten waarvoor een kleinere oppervlakte is vastgesteld, is met dit besluit in 1978 een bedrag van rond f 13 mln. gemoeid.

De Minister van Financiën, F. H. J. J. Andriessen

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, H. E. Koning