is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1978, no. 651-700, 01-01-1978

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Onze Minister van Financiën kan aan bemiddelaars in onderhandse geldleningen over het nominale bedrag van door hun tussenkomst tot stand gekomen onderhandse geldleningen een provisie toekennen van ten hoogste V8% (een achtste ten honderd).

Artikel 5

Het recht tot opvordering van een hoofdsom van de overeenkomstig deze wet aangegane vaste schuld, welke aflosbaar is gesteld, verjaart tien jaar na de eerste dag, waarop die hoofdsom aflosbaar is.

Artikel 6

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1979; zij kan worden aangehaald als: Leningwet 1979.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk, 28 december 1978

Juliana

De Minister van Financiën, F. H. J. J. Andriessen

Uitgegeven de negenenfw/nt/fifsfedecember 1978

De Minister van Justitie a.i., H. Wiegel

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Kamerstukken I11978/79,15 308 Hand. I11978/79, bladz. 1858-1879; 1893-1905; 1946-1952; 1965-1978;2124-2132; 2153-2179; 2180 Kamerstukken 11978/79,15 308 (47,47a) Hand. 11978/79, 9de vergadering van 27 december 1978