is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1978, no. 701-763, 01-01-1978

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AL

Artikel 56 wordt als volgt gewijzigd:

1. in het eerste lid wordt in plaats van «de artikelen 43 en 43A» gelezen: «de artikelen 43, 43A en 43B»; 2. in het derde lid wordt in plaats van «of artikel 53» gelezen: «,52 of 53», terwijl na de bestaande volzin een nieuwe volzin wordt opgenomen, luidende: «Gelijke bevoegdheid bezit hij, indien op de beslissing inzake zulk een rechtsvordering een uit anderen hoofde ingestelde rechtsvordering van invloed kan zijn.»; 3. na het derde lid wordt een nieuw lid opgenomen, luidende: «4. De rechter kan de behandeling van een geschil ter zake van een Europees octrooi met of zonder tijdsbepaling schorsen, indien bij het Europees Octrooibureau tegen dat octrooi oppositie is ingesteld ingevolge artikel 99 van het Europees Octrooiverdrag.».

AM

In artikel 57A wordt aan het slot, met vervanging van de punt door een komma, toegevoegd: «en, indien het een Europees octrooi betreft, aan het Europees Octrooibureau, bedoeld in het Europees Octrooiverdrag.».

ARTIKEL II

Ten aanzien van octrooien, verleend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze Rijkswet, blijft artikel 47 van de Rijksoctrooiwet, met inachtneming van artikel II van de Rijkswet van 12 januari 1977 (Stb. 160) van toepassing.

ARTIKEL III

De tekst van de Rijksoctrooiwet wordt op Onze last in het Staatsblad en het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen geplaatst.

ARTIKEL IV

Deze Rijkswet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad en het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk, 13 december 1978

Juliana

De Minister van Economische Zaken, G. M. V. van Aardenne

De Minister van Justitie, J. de Ruiter

Uitgegeven de negende januari 1979

De Minister van Justitie, J. de Ruiter

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Kamerstukken I11977/78,15 038 (R 1098); 1978/79, 15 038 (R 1098). Hand. I11978/79, blz. 1649 Kamerstukken 11978/79,15 038 (R 1098) (32, 35) Hand. I 1978/79, bladz. 197-198