is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1978, no. 701-763, 01-01-1978

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE A

SALARISREGELING PERSONEEL OPENBARE BIBLIOTHEKEN

Artikel 1

1. Het salaris van de werknemer wordt vastgesteld op basis van de door hem beklede functie, als aangegeven in de in artikel 19 opgenomen indeling van werkzaamheden en functies in openbare bibliotheken en de eveneens daar opgenomen, bij die indeling behorende salarisschalen. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid vindt inschaling plaats in de naastlagere salarisschaal, indien de werknemer bij aanstelling in de functie nog niet voldoet aan de functie-eisen met betrekking tot opleiding, kennis en ervaring als aangegeven in artikel 19. Na een termijn van ten minste zes maanden en ten hoogste twee jaar dient de werkgever vast te stellen of inmiddels aan de genoemde functie-eisen wordt voldaan, in welk geval inschaling op het functie-niveau plaatsvindt. 3. Eveneens in afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt ten aanzien van de inschaling van die pas afgestudeerde academici zonder ervaring die worden aangesteld in functies waarvoor volgens de in artikel 19 gebruikte formuleringen een academisch niveau vereist is, de bij de rijksoverheid ten aanzien van deze jonge academici gebruikelijke regeling toegepast. 4. Onder het salaris wordt verstaan: a. voor de werknemer die verplicht is premie AOW/AWWte betalen: het op hem van toepassing zijnde bedrag uit de op hem van toepassing zijnde salarisschaal, vermeerderd met 7,1 % AOW/AWW-compensatie met een maximum als geldend voor burgerlijke rijksambtenaren; b. voor de werknemer die niet verplicht is premie AOW/AWW te betalen: het op hem van toepassing zijnde bedrag uit de op hem van toepassing zijnde salarisschaal. 5. Onder salarisanciënniteit wordt verstaan: de tijd, die in aanmerking komt voor de vaststelling van het salaris van een werknemer op een hoger bedrag dan het voor een volwassene geldende minimum van de schaal, welke op zijn functie betrekking heeft. 6. De salarisanciënniteit wordt uitgedrukt in periodieken, waarbij één periodiek overeenkomt met een tijdvak van één jaar totdat het maximum van de schaal is bereikt met dien verstande dat voor de vaststelling van het maximum een eventuele diensttijduitloop buiten beschouwing blijft. De periodieken corresponderen met de volgnummers in de van toepassing zijnde salarisschaal.

Artikel 2

Bij zijn indiensttreding wordt het salaris van de werknemer in de regel vastgesteld op basis van, dan wel op het bedrag behorende bij het laagste volgnummer uit de op zijn functie van toepassing zijnde salarisschaal, al naar gelang hij behoort tot categorie a respectievelijk b, bedoeld in artikel 1, vierde lid.

Artikel 3

Het salaris van een werknemer in een niet volledig dienstverband wordt vastgesteld met toepassing van een vermindering in evenredigheid met zijn werktijd.

Artikel 4

Bij zijn indiensttreding kan indien daartoe aanleiding bestaat, in afwijking van het bepaalde in artikel 2, aan een werknemer van 21 jaar en ouder salarisanciënniteit worden toegekend.