is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1978, no. 701-763, 01-01-1978

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 22

1. Onze Minister wijst ambtenaren aan, belast met het toezicht op de naleving van het bij artikel 4 en krachtens artikel 6, tweede lid, bepaalde. 2. De krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren kunnen van een werkgever en een vreemdeling alle inlichtingen verlangen, die redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig zijn. Zij kunnen voorts inzage vorderen van alle bescheiden, voor zover zulks redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. 3. Zij hebben te allen tijde toegang tot alle plaatsen, met uitzondering van woningen, indien de betreding van die plaatsen redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Zonodig verschaffen zij zich toegang met behulp van de sterke arm. 4. De in het tweede lid bedoelde werkgevers en vreemdelingen zijn verplicht aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren de op grond van het tweede en derde lid van dit artikel gevraagde medewerking te verlenen. 5. Zij die uit hoofde van hun stand, beroep of ambt tot geheimhouding verplicht zijn, kunnen zich van het geven van inlichtingen of het verlenen van inzage van boeken en bescheiden verschonen, voor zover hun geheimhoudingsplicht zich daartoe uitstrekt.

Artikel 23

Aan artikel 1, onder 4°, van de Wet op de economische delicten' wordt toegevoegd: «De Wet arbeid buitenlandse werknemers, de artikelen 4, 6, tweede lid, en 22, vierde lid;».

Artikel 24

De Vreemdelingenwet 2 wordt als volgt gewijzigd.

Aan artikel 12 wordt, met vervanging van de punt achter onderdeel d door een puntkomma, toegevoegd:

«e. indien hij voor een werkgever arbeid verricht, zonder dat aan de voorschriften van de Wet arbeid buitenlandse werknemers is voldaan.».

Artikel 25

De Wet arbeidsvergunning vreemdelingen wordt ingetrokken.

Artikel 26

1. Deze wet kan worden aangehaald als Wet arbeid buitenlandse werknemers. 2. Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk, 9 november 1978

Juliana

De Minister van Sociale Zaken, Albeda

De Minister van Justitie, J. de Ruiter

Uitgegeven de vijfentwintigste januari 1979

De Minister van Justitie, J. de Ruiter

' Stb. 1950 k 258, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 ju n i 1978, Stb. 430 2 Stb. 1965,40, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 juni 1975, Stb. 341 Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Kamerstukken I11975/76,13682 Hand. I11975/76, bladz. 5295-5323; 5326-5373; 5377-5395; 5400-5403 Kamerstukken 11976/77,13682 (1, la, 1b); 1978/79, 13682 (7, 7a) Hand. 11978/79, bladz. 38-44; 47-52; 55-56