is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 1-50, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NOTA VAN TOELICHTING

Met het oog op de economische situatie waarin ons land zich bevindt, heeft het kabinet moeten besluiten tot een beperking van de groei van de overheidsuitgaven.

In het kader van deze beperking moest ook voor de onderwijssector tot een aantal ombuigingsmaatregelen worden besloten.

Bezuinigingen in het onderwijs leiden veelal tot een vermindering van het aantal arbeidsplaatsen. Het kabinet streeft echter naar een verruiming van de werkgelegenheid en heeft daarom besloten tot een relatief klein aandeel van het onderwijs in de ombuigingsmaatregelen.

In het bijzonder zouden het kleuter- en het lager onderwijs ernstig getroffen worden door bezuiniging omdat door de terugloop van de aantallen leerlingen al vanzelf een inkrimping van de werkgelegenheid optreedt.

Mede omdat het kabinet om maatschappelijke redenen een hoge prioriteit geeft aan de verbetering van het kleuter- en lager onderwijs is deze sector in de begroting van Onderwijs en Wetenschappen buiten de bezuiniging gehouden. Door het beschikbaar stellen van extra middelen is zelfs een uitbreiding aan de aantallen arbeidsplaatsen gegeven.

In de overige sectoren is gestreefd naar een zo evenwichtig mogelijke verdeling van maatregelen in de sfeer van de arbeidsvoorwaarden en maatregelen die leiden tot formatieverkrapping.

Daarbij is getracht zo min mogelijk in te snijden in het geheel van arbeidsvoorwaarden en werkomstandigheden in de onderwijssector.

In dit kader is besloten de wijziging van het salaris van de belanghebbenden die werkzaam zijn bij het onderwijs die het gevolg is van leeftijdsverandering of het behalen van een ander bewijs van bevoegdheid niet langer in te laten gaan op de eerste dag van de maand waarin de reden voor de salariswijziging zich voordoet, doch op de eerste dag van de maand die daarop volgt.

Bij het nemen van deze maatregel is overwogen dat zonder enig verlies van arbeidsplaatsen en met een slechts marginale aantasting van de inkomenspositie van belanghebbenden, een zeer aanzienlijke besparing kan worden bereikt die mede noodzakelijk is terfinanciering van maatregelen ter verlichting van de zorgelijke werkgelegenheidssituatie in het onderwijs.

De minister van onderwijs en wetenschappen, A. Pais

De minister van landbouw en visserij. Van der Stee