is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 1-50, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 7

1. De voorzitter moet Nederlander zijn en de leeftijd van 25 jaar, doch niet die van 65 jaar hebben bereikt. De leden en de plaatsvervangende leden moeten Nederlander zijn en de voor het lidmaatschap van de gemeenteraad vereiste leeftijd hebben bereikt doch niet die van 70 jaar, terwijl zij woonachtig moeten zijn in een der gemeenten in het ressort van de huurcommissie. In bijzondere gevallen kunnen Gedeputeerde Staten de leden ontheffing verlenen van laatstbedoelde verplichting. 2. De voorzitter wordt ontslagen bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar, de leden en de plaatsvervangende leden bij het bereiken van de leeftijd van 70 jaar. Zij kunnen, na tevoren hierover te zijn gehoord, te allen tijde worden ontslagen bij gebleken ongeschiktheid door ouderdom, aanhoudende lichaams- of geestesziekte en bij ondercuratelestelling. 3. De voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden kunnen, na tevoren hierover te zijn gehoord, worden ontslagen: a. wanneer zij wegens misdrijf tot gevangenisstraf of hechtenis zijn veroordeeld; b. wanneer zij in staat van faillissement zijn verklaard of surseance van betaling hebben verkregen; c. wegens gedrag dat het vertrouwen in de huurcommissie ernstig schaadt of bij gebleken voortdurende achteloosheid in de waarneming van hun ambt.

Artikel 8

1. Aan de huurcommissie wordt een secretaris toegevoegd, die wordt benoemd en ontslagen door Onze Minister. 2. Een secretaris kan aan meer dan een huurcommissie worden toegevoegd. 3. De secretaris is de voorzitter en de leden van de huurcommissie behulpzaam in alles wat de juiste taakvervulling van de commissie betreft. Hij heeft de leiding van het bureau van de huurcommissie. 4. Onze Minister neemt zo nodig ten behoeve van het bureau van de huurcommissie personeel in dienst. Hij kan een of meer personeelsleden van het bureau aanwijzen als plaatsvervangend secretaris van de huurcommissie. De secretaris kan Onze Minister ter zake van de indienstneming van personeel en de aanwijzing als plaatsvervangend secretaris voorstellen doen. 5. Onze Minister kan ter zake van de taakvervulling van de secretaris en de inrichting van het bureau van de huurcommissie aanwijzingen geven.

Artikel 9

1. De voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden, de secretaris en de plaatsvervangende secretaris zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen hun bij de behandeling van de krachtens deze wet toevertrouwde zaken bekend is geworden en van hetgeen in raadkamer is besproken. 2. De voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden, de secretaris en de plaatsvervangende secretaris mogen zich direct noch indirect in enig bijzonder onderhoud of gesprek inlaten met partijen of derzelver raadslieden, noch enige bijzondere onderrrichting, memorie of schrifturen aannemen over enige aangelegenheid, welke aanhangig is of waarvan zij weten of vermoeden, dat deze aanhangig zal worden bij de huurcommissie waartoe zij behoren. Zij onthouden zich voorts van deelneming aan de behandeling van enige zaak, indien er te hunnen aanzien feiten of omstandigheden bestaan, waardoor in hetalgemeen hun onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.