is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 51-100, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dedeling van de bestaande bezwaren en stelt hem in de gelegenheid tot opheffing daarvan, hetzij door zich schriftelijk binnen een behoorlijke termijn tegen de aangevoerde bezwaren te verweren, hetzij door aanvulling of verbetering van de oorspronkelijke aanvrage. 4. Na voltooiing van de in het eerste lid bedoelde voorbereiding stelt de Octrooiraad de aanvrage met de daarop betrekking hebbende stukken in handen van een door hem samen te stellen aanvraagafdeling, die de aanvrage in behandeling neemt. 5. Nadat de aanvrager door de aanvraagafdeling is gehoord, althans behoorlijk is opgeroepen, en hem zo nodig behoorlijk gelegenheid is gegeven haar bezwaren op te heffen, geeft zij haar beslissing zo spoedig mogelijk. 6. Alvorens omtrent de al of niet-openbaarmaking van de aanvrage te beslissen kan de aanvraagafdeling aan de Octrooiraad verzoeken een nader onderzoek als bedoeld in artikel 22 I, eerste lid, in te stellen. 7. Indien de aanvrage in strijd is met het bij of krachtens artikel 5A bepaalde, wordt dit vastgesteld in een beslissing van de afdeling. Op verzoek van de aanvrager geschiedt dit zo spoedig mogelijk. Daartoe kan de aanvrage, op verzoek van de aanvrager, nog tijdens de voorbereiding in handen van een aanvraagafdeling worden gesteld. Het vijfde lid en artikel 24, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing. Hangende de beslissing wordt voor het overige de behandeling van de aanvrage geschorst op verzoek van de aanvrager of indien de aanvraagafdeling zulks dienstig oordeelt. Artikel 24. 1. Indien de aanvraagafdeling van oordeel is, dat de aanvrage niet voor gehele of gedeeltelijke octrooiverlening in aanmerking komt, besluit zij tot niet-openbaarmaking. In het tegenovergestelde geval besluit zij tot openbaarmaking. 2. Van het besluit van de aanvraagafdeling wordt de aanvrager onverwijld kennis gegeven, onder opgave, bij niet geheel openbaarmaking, van de gronden waarop het besluit steunt. Indien een ander dan de aanvrager een verzoek als bedoeld in artikel 22J, eerste lid, heeft ingediend, wordt ook aan hem van het besluit van de aanvraagafdeling onverwijld kennis gegeven. Artikel 24A. 1. Binnen drie maanden na de eindbeslissing kan de aanvrager in beroep komen bij de Octrooiraad, door indiening van een met redenen omklede memorie van grieven. 2. Indien een beslissing als bedoeld in artikel 23, zevende lid, wordt genomen, voordat de eindbeslissing wordt genomen, kan de aanvrager van eerstbedoelde beslissing slechts afzonderlijk en wel binnen drie maanden in beroep komen. 3. Over het beroep beslist een afdeling van beroep van de Octrooiraad, de aanvrager gehoord, althans behoorlijk opgeroepen. Alvorens te beslissen kan de afdeling van beroep aan de Octrooiraad verzoeken een nader onderzoek als bedoeld in artikel 22I, eerste lid, in te stellen. 4. De leden, die betrokken zijn geweest bij het onderzoek inzake de aanvrage bedoeld in artikel 22I, eerste lid, of bij de in artikel 23, eerste lid, bedoelde voorbereiding van de behandeling van de aanvrage dan wel deel hebben uitgemaakt van de aanvraagafdeling, mogen geen deel uitmaken van de in het vorige lid bedoelde afdeling van beroep. 5. Van een besluit van een afdeling van beroep wordt de aanvrager onverwijld kennis gegeven onder opgave van de gronden waarop het besluit steunt. Artikel 24B. De aanvrager en hij die ingevolge artikel 12A het recht heeft in het octrooi als de uitvinder te worden vermeld, kunnen, uiterlijk totdat de in artikel 25, eerste lid, gestelde voorwaarden tot openbaarmaking zijn vervuld, gezamenlijk de Octrooiraad schriftelijk verzoeken, dat laatstbedoelde persoon als de uitvinder in het octrooi wordt vermeld. Het verzoek wordt behandeld door de afdeling, die over de openbaarmaking oordeelt. Indien zij het verzoek inwilligt, bepaalt zij, dat de vermelding in de openbaar te maken octrooiaanvrage zal worden opgenomen.