is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 51-100, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 16D. De in artikel 15 bedoelde registers zijn geheim voor wat betreft de in- en overschrijvingen van aanvragen om octrooi en de daarop betrekking hebbende stukken en feiten, zolang die aanvragen nog niet overeenkomstig artikel 22C of 25, tweede lid, van de Rijksoctrooiwet zijn ter inzage gelegd. Paragraaf 5A. De krachtens de Rijksoctrooiwet verschuldigde bedragen Artikel 17. 1. Het bedrag, hetwelk krachtens artikel 17A, derde lid, van de Rijksoctrooiwet bij de indiening van een verzoekschrift tot herstel in de vorige toestand moet worden betaald, is f 300. 2. Het bedrag, hetwelk krachtens artikel 21 van de Rijksoctrooiwet bij de indiening van een aanvrage om octrooi moet zijn gestort, is f 240. 3. Het bedrag, hetwelk krachtens artikel 22A, derde lid, van de Rijksoctrooiwet voor iedere bladzijde van de bij de aanvrage behorende beschrijving en tekeningen moet worden betaald, is f 5. 4. Het bedrag, hetwelk krachtens artikel 22D, eerste lid, van de Rijksoctrooiwet ter zake van een aanvrage, zolang daarop geen octrooi is verleend, twee jaar na de indiening op de laatste dag van de maand waarin deze heeft plaatsgevonden en verder elk volgend jaar op die dag moet worden betaald, isf 230. 5. Het bedrag, hetwelk krachtens onderscheidenlijk de artikelen 22G, eerste lid, 22H, eerste lid, 22I, vierde en negende lid, en 22J, eerste lid, van de Rijksoctrooiwet bij de indiening van een in die artikelen bedoeld verzoekschrift moet worden betaald, is, indien het betreft: een verzoekschrift, ertoe strekkende dat wordt bepaald, dat een aanspraak op octrooi aan de verzoeker of mede aan de verzoeker toekomt: f 300; een verzoekschrift tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor: f300; een verzoekschrift tot het instellen of voortzetten van een onderzoek naar de stand van de techniek dan wel tot het doen onderwerpen van een aanvrage aan een nieuwheidsonderzoek van internationaal type: f 800; een verzoekschrift tot het nemen van een beslissing omtrent de verlening van octrooi op de aanvrage: f 540. Het bovenvermelde bedrag van f 800 behoeft niette worden betaald voor: a. een verzoekschrift tot het instellen van een onderzoek naar de stand van de techniek met betrekking tot een omgezette aanvrage als bedoeld in artikel 29H van de Rijksoctrooiwet, indien bij die aanvrage een verslag van het Europese nieuwheidsonderzoek is gevoegd dan wel een verslag van het internationale nieuwheidsonderzoek vergezeld van een aanvullend verslag van het Europese nieuwheidsonderzoek voor zover nodig op grond van artikel 157, tweede en derde lid, van het Europees Octrooiverdrag; b. een verzoekschrift tot het voortzetten van een onderzoek naar de stand van de techniek, indien het verzoek betrekking heeft op enig gedeelte van een omgezette aanvrage dat voorwerp is geweest van een onder a bedoeld verslag. 6. Het bedrag, hetwelk krachtens artikel 25, eerste lid, van de Rijksoctrooiwet moet zijn gestort alvorens tot openbaarmaking van de aanvrage wordt overgegaan, is f 325. 7. Het bedrag, hetwelk krachtens artikel 29P, eerste en zevende lid, van de Rijksoctrooiwet moet worden betaald ter zake van de indiening van de vertaling in het Nederlands van een Europees octrooischrift of, indien het Europees octrooi in oppositie is gewijzigd, van een nieuw Europees octrooischrift, onderscheidenlijk van een verbeterde vertaling van een Europees octrooischrift of een nieuw Europees octrooischrift, is f 50. 8. Het bedrag, hetwelk krachtens artikel 35, eerste of tweede lid, van de Rijksoctrooiwet ter zake van een octrooi elk jaar op de dag, die in het eerste onderscheidenlijk tweede lid van dat artikel voor het betrokken octrooi is bepaald, moet worden betaald, is: