is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 51-100, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. In afwijking van het tweede lid wordt voor de nagelaten betrekkingen, met recht op weduwen- of wezenpensioen, van de vóór 1 juli 1978 overleden gepensioneerde de uitkering-ineens mede berekend over de maanden, waarover de overleden gepensioneerde in 1978 recht had op pensioen. 4. Aan de nagelaten betrekkingen van de vóór 1 juli 1978 overleden gepensioneerde, die geen recht hebben op weduwen- of wezenpensioen, alsmede aan de gewezen pensioengerechtigde, wiens pensioen vóór genoemde datum is geëindigd, wordt, indien daartoe vóór 1 januari 1981 een verzoek wordt ingediend, een uitkering-ineens toegekend over de periode, gedurende welke de overledene, onderscheidenlijk de gewezen pensioengerechtigde, in 1978 recht had op pensioen. 5. Het bepaalde in artikel 26a van de Wet van 25 november 1965 (Stb. 550) is ten aanzien van het bedrag van de in dit artikel bedoelde uitkering van overeenkomstige toepassing.

Artikel 13

Dit besluit, dat kan worden aangehaald als «Aanpassingsregeling pensioenen 1978-11», treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden toegezonden aan de Raad van State, aan de Algemene Rekenkamer, aan de Raad van toezicht en de directie van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds en aan de Raad van toezicht en de directie van het Spoorwegpensioenfonds.

Soestdijk, 26 januari 1979

Juliana

De Minister van Binnenlandse Zaken, H. Wiegel

Uitgegeven de zesde maart 1979

De Minister van Justitie, J. de Ruiter