is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 51-100, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nota van toelichting

In de nota van toelichting, behorende bij het Koninklijk besluit van 20 februari 1978 (Stb. 65), bij welk besluit opnieuw voor de tijd van één jaar (d.w.z. tot 1 maart 1979) aan het Productschap voor Zuivel de bevoegdheid werd verleend tot het vaststellen van een minimumconsumentenprijs voor verpakte volle melk, maakten wij melding van de omstandigheid dat binnen de centrale overheid een herbezinning, tegen de achtergrond van het ontwerp van wet tot wijziging van de Wet economische medediging, plaats vond op de problematiek van minimumconsumentenprijzen.

Wij achtten het bij die gelegenheid opportuun de bevoegdheid tot het vaststellen van die minimumprijs in stand te laten zolang genoemde herbezinning niet tot een conclusie had geleid.

Vervolgens meenden wij dat de bereidheid van de consumptiemelkindustrie tot heroverweging van haar beleid inzake de leveringsvoorwaarden voor de verschillende distributiekanalen ertoe zou kunnen leiden dat de behoefte aan een minimumprijsregeling voor de bezorgende melkdetailhandel zou gaan afnemen, aangezien dat verschil in leveringsvoorwaarden juist één van de elementen is geweest die hebben geleid tot het instellen van die minimumprijs.

De hierboven genoemde overwegingen brachten ons er ten slotte toe de verlening van de door het Productschap gevraagde bevoegdheid te bevorderen.

Thans heeft het Productschap voor Zuivel om verlenging gevraagd.

Het is derhalve gewenst na te gaan in hoeverre onze verwachtingen, die wij een jaar geleden hebben uitgesproken, zijn gerealiseerd.

De herbezinning waarover wij hierboven spraken, heeft inmiddels tot de conclusie geleid dat minimumprijzen als hier bedoeld slechts gedurende een beperkte tijd behoren te worden toegepast en dan nog alleen als een element in een geheel van maatregelen die moeten leiden tot een herstructurering van de betrokken sector. Nu de herstructurering bij de bezorgende melkdetailhandel onder begeleiding van het Beleidsadviescentrum Ambulante Melkdetailhandel nagenoeg haar beslag heeft gekregen, is op dat punt de basis aan de minimumprijs voor verpakte volle melk derhalve komen te ontvallen.

De consumptiemelkindustrie heeft anderzijds weliswaar haar beleid ten aanzien van de leveringsvoorwaarden fundamenteel herzien, maar de uiteindelijke praktische uitwerking zal eerst in de loop van dit jaar dusdanig gerealiseerd zijn, dat ook uit dien hoofde handhaving van de huidige minimumprijsregeling niet meer nodig zal zijn.

In afwachting daarvan hebben wij derhalve gemeend aan het verzoek van het Productschap voor Zuivel te moeten voldoen en de verlenging van de bevoegdheid met nog één jaar te moeten bevorderen. Wij gaan er daarbij van uit dat het Productschap, zodra de omstandigheden zulks rechtvaardigen, die maatregelen zal treffen die een geleidelijke overgang naar de eindfase mogelijk maken.

De Minister van Sociale Zaken,

Albeda

De Minister van Landbouw en Visserij,

Van der Stee

De Minister van Economische Zaken,

G. M. V. van Aardenne.