is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 51-100, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 17. Het oogmerk van de toepassing van dit artikel kan onder meer zijn dat de bepalingen van het provinciale plan voor huishoudelijke afvalstoffen van toepassing worden op de met huishoudelijk afval gelijk te stellen categorieën zoals veegvuil, grofvuil etc. De toepassing van het artikel kan ook consequenties met zich meebrengen voor de gemeentebesturen. Met het oog op het vorenstaande is vermelding van de Minister van Binnenlandse Zaken bij artikel 17 noodzakelijk. Artikel 22. De Minister van Verkeer en Waterstaat draagt op grond van de verkeerswetgeving een verantwoordelijkheid voor diverse aspecten die raken aan of deel uitmaken van het probleem der autowrakken. Hier kunnen worden genoemd de kentekenplicht, de motorrijtuigenbelasting en het verwijderen van autowrakken van de openbare weg. Ten aanzien van artikel 22 is in het bijzonder van belang dat de krachtens dit artikel bij algemene maatregel van bestuur in het leven te roepen controlemaatregelen van invloed kunnen zijn op de wijze en het moment waarop men zich van een autowrak ontdoet: blijkens de memorie van toelichting van de Afvalstoffenwet met betrekking tot artikel 22 zou afgifte van het in dat artikel bedoelde bewijsstuk als voorwaarde kunnen worden gesteld voor het beëindigen van de kentekenplicht en de belastingplicht voor motorrijtuigen. Gelet op het bovenstaande dient de voordracht voor de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 22 in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat te geschieden. Artikel24. Krachtens artikel 24 kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat het verboden is zich te ontdoen van afvalstoffen, behorende tot een daarbij aangewezen categorie, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen of autowrakken, door deze op of in de bodem te brengen. In de memorie van toelichting van de Afvalstoffenwet is wat betreft toepassing van dit artikel gesteld dat het hier gaat om afvalstoffen, die niet in de Wet chemische afvalstoffen zijn opgenomen, maar die wel grote bezwaren bij storten op de bodem oproepen. Hierbij kan volgens de memorie van toelichting onder meer worden gedacht aan het storten van betonafval. Aangezien het bij de toepassing van dit artikel in de eerste plaats om afvalstoffen van industriële herkomst zal gaan, zijn hier de Minister van Economische Zaken alsmede de betrokken minister vermeld. Artikel26, eerste lid. Uit de toepassing van dit artikel zullen nieuwe taken voor provincies en gemeenten voortvloeien, zodat overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken inzake de voordracht van de algemene maatregel van bestuur krachtens de onderhavige bepaling nodig is. Artikel29. De krachtens artikel 29 te stellen regels kunnen onder meer verwerkingsinrichtingen en degenen die afvalstoffen hebben ingezameld - zowel overheidsbedrijven als particuliere bedrijven - belangrijk beïnvloeden in de economische sfeer. De Ministers van Binnenlandse Zaken, van Economische Zaken en van Landbouw en Visserij zijn als mede betrokken bewindslieden bij het onderhavige artikel vermeld. Artikel30. Uit hoofde van de betrokkenheid der gemeentelijke reinigingsbedrijven bij de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen is de Minister van Binnenlandse Zaken hier opgenomen. Artikel 31, eerste lid. De Minister van Economische Zaken is hier opgenomen, omdat door de algemene maatregelen van bestuur op grond van deze bepaling nader wordt omgrensd welke verwerkingsinrichtingen onder het vergunningenstelsel voor de verwerking van afvalstoffen zullen vallen.