is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 51-100, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NOTA VAN TOELICHTING

In het besluit van 6 december 1977 (Stb. 674), houdende toepassing van artikel 11 van de Winkelsluitingswet 1976, wordt in onderdeel a van artikel 5 ten behoeve van winkels waarin uitsluitend of in hoofdzaak tabak en tabaksprodukten plegen te worden verkocht, voor werkdagen, niet zijnde zaterdag, van 18 tot 19 uur vrijstelling verleend van het in artikel 2, eerste lid, onder b, van genoemde wet vervatte verbod. Dit verbod houdt in, dat winkels niet voor het publiek geopend mogen zijn op een tijdstip, dat niet ligt binnen de op de gewaarmerkte aankondiging aangegeven openingstijden. Voor deze openingstijden geldt een maximum aantal uren perweek van 52. De uren waarvoor de vrijstelling geldt tellen hierbij niet mee.

Na de totstandkoming van bovengenoemd besluit heeft de Nederlandse Sigarenwinkeliersorganisatie verzocht te bewerkstelligen dat de tabakshandelaren 's morgens desgewenst van 6.30 uur tot 8.30 uur geopend zouden mogen zijn eveneens zonder dat deze tijdsruimte zou mede tellen voor het maximum van 52 uur. Hierbij zou eventueel de vrijstelling des avonds kunnen vervallen.

De meerderheid van het bestuur van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel heeft geadviseerd aan dit verzoek niet te voldoen aangezien zij meent dat het gestelde maximum aantal uren voor de openstelling in beginsel voor alle winkels dient te gelden en er niet voldoende reden is voor de tabakshandel een uitzondering te maken. Een minderheid van het bestuur zou er geen bezwaar tegen maken, dat gedeeltelijk aan het verzoek zou worden voldaan door met intrekking van de vrijstelling van 18 tot 19 uur, het eerste openstellingsuur vóór 8.30 uur niet te laten meetellen voor het maximum van 52 uur.

Bij nader overleg met de organisatie van belanghebbenden ben ik tot de conclusie gekomen, dat een weliswaar klein aantal winkels - veelal van kleine omvang en zonder werknemers - voor zijn voortbestaan is aangewezen op de openstelling in de vroege ochtenduren, zonder dat de winkeliers de omzet op de overige uren kunnen missen. Deze ondernemers, gevestigd in de buurt van stations en in andere straten, waarlangs veel woon-werkverkeer plaatsvindt, verkopen als bij-artikelen ook kranten, tramkaarten, en dergelijke, die juist in die uren plegen te worden gekocht. Zij vrezen, dat een niet onbelangrijk deel van hun omzet zal wegvallen, ten gunste van de stationsverkoop, benzinestations, en dergelijke. Andere tabakswinkeliers zouden toch gaarne de bestaande avondvrijstelling gehandhaafd willen zien.

Gezien het bezwaar van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel enerzijds en de reële bedreiging van het voortbestaan van een aantal kleine zelfstandige winkeliers anderzijds wordt in de algemene maatregel van bestuur thans de volgende wijziging aangebracht. In plaats van de vrijstelling van 18 uurtot 19 uur voor de tabakshandel vervat in artikel 5, onder a, wordt een vrijstelling opgenomen voor die winkels, waar uitsluitend of in hoofdzaaktabak en tabaksprodukten plegen te worden verkocht, voor werkdagen, niet zijnde zaterdag, voor één uur na het laatste op de aankondiging aangegeven openstellingstijdstip vóór 18 uur.

Dit betekent, dat degenen, die thans volgens hun aankondiging tot 18 uur geopend zijn gebruik kunnen blijven maken van de mogelijkheid tot 19 uur geopend te zijn. Degenen, die om 18 uur of eerder willen sluiten kunnen het laatste op de aankondiging vermelde uur eerder kiezen en dus op 17 uur of eerder stellen en daarna nog een uur van de vrijstelling gebruik maken. Dit uur telt aldus niet mee voor het maximum van 52 uur. Ingeval de winkelier zijn winkel op de koopavond open wil stellen, kan hij op de aankondiging het vakje van 18-19 uurzwart maken en op grond van de vrijstelling toch gedurende dat uur openblijven. Het vrijgekomen uur kan hij desgewenst benutten om des morgens de winkel eerder te openen. De winkeliers kunnen aldus het extra uur benutten op een wijze, die past bij de specifieke situatie van hun bedrijf.

De.Staatssecretaris van Economische Zaken,

Th. M. Hazekamp