is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 51-100, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 72

1. Gedeputeerde staten leggen het ingevolge artikel 71, tweede lid, opgestelde programma van maatregelen onverwijld voor aan Onze Minister. 2. Onze Minister stelt voor de woningen waarop het programma betrekking heeft, binnen zes maanden na ontvangst daarvan de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevels vast, met dien verstande dat deze waarde 65 dB(A) niet te boven mag gaan. De gelding van een krachtens de vorige volzin vastgestelde waarde kan aan voorwaarden worden gebonden. 3. Van een besluit als bedoeld in het tweede lid geeft Onze Minister kennis aan gedeputeerde staten en aan burgemeester en wethouders. Gelijktijdig met deze kennisgeving deelt hij, na overleg met Onze Minister van Economische Zaken, ten aanzien van elk der gevallen waarop bedoeld besluit betrekking heeft en die naar zijn aanvankelijk oordeel voor toepassing van het vierde lid in aanmerking komen, aan gedeputeerde staten en aan burgemeester en wethouders mede in hoeverre en op welke termijnen hij overweegt aan dat lid terzake toepassing te geven. 4. Te gelegener tijd stelt Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en na overleg met Onze Minister van Economische Zaken ten aanzien van elk der daarvoor naar zijn oordeel in aanmerking komende gevallen waarop zijn in het tweede lid bedoelde besluit betrekking had, maatregelen, strekkende tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevels van de betrokken woningen tot de bij bedoeld besluit vastgestelde waarde, alsmede, naar gelang van de hoogte van deze waarde, tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, binnen de woning, vast, waarop hoofdstuk X van toepassing wordt. Hij brengt zijn besluit, houdende de vaststelling van maatregelen, ter kennis van gedeputeerde staten en van burgemeester en wethouders. 5. Indien bij toepassing van het tweede lid voor de gevels van één of meer woningen een hogere geluidsbelasting dan 55 dB(A) als toelaatbaar is aangemerkt, treft de gemeenteraad met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, binnen de woning bij gesloten ramen 40 dB(A) niet te bozal gaan.

AFDELING 3. WIJZE VAN UITVOERING AKOESTISCH ONDERZOEK

Artikel 73

1. Ten behoeve van de vaststelling van de geluidsbelasting, vanwege een industrieterrein, stelt Onze Minister voor het bepalen van het equivalente geluidsniveau als omschreven in artikel 1, regels, inhoudende op welke wijze en met inachtneming van welke bestaande ofte verwachten omstandigheden, de afwisselende niveaus van het ter plaatse optredende geluid worden vastgesteld, en op welke wijze uit de over een bepaalde periode verkregen uitkomsten het in vorengenoemde omschrijving bedoelde gemiddelde wordt afgeleid. 2. Onze Minister kan regels stellen omtrent al hetgeen betrekking heeft op de wijze waarop de akoestische onderzoeken, bedoeld in dit hoofdstuk, worden uitgevoerd.